Geschreven door 10:58 slider, Verdieping • 7 Reacties

Last van demonen? Geef ze thee en sigaren

Wie kent ze niet? Demonen. Het ongedierte van de geest. Ze beginnen vaak als muizenissen, klein gepieker. Maar ze kunnen uitgroeien tot spoken die je innerlijke wereld bevolken en bedreigen. Vaak zijn het spoken uit het verleden. Hoe kun je daar het beste mee omgaan? Zeven aanraders van een ervaringsdeskundige.

Door: Wim Jansen | Foto’s: Pixabay

Ik heb een paar lastige weken achter de rug. Waarom ik dat met u deel? Misschien omdat iemand iets aan mijn ervaring kan hebben. Dat is überhaupt de reden van al mijn schrijven. De persoonlijke details zal ik u besparen maar ook in algemene zin valt er genoeg over te zeggen.

Vanwege een bijwerking van een van mijn medicijnen werd ik bekropen door depressieve gedachten en gevoelens, met name over het verleden. Ik stuitte op schaamte en schuldgevoelens, gekwetstheid en momenten van gekweldheid. Spoken uit het verleden.

Hersenspinsels
Eerste aanrader: trap er niet in. Laat het verleden rusten. Je krijgt er nooit meer de vinger achter wat en waarom de dingen zo zijn gegaan of waarom je dit of dat hebt gezegd. Je roept oude discussies op die je allang had beslecht en – dat vooral – haalt oude wonden open. Het is als een vijver met een modderbodem. Ga er niet in roeren! Want dat haalt alles weer omhoog en maakt het water troebel.

Tweede aanrader. Het is belangrijk om te bedenken dat je herinneringen niet zuiver zijn, maar gekleurd en vervormd door de emoties die toen de beleving bepaalden, zoals gekwetstheid, angst voor afwijzing, woede. In de loop van de tijd hebben je hersenen de feitelijke werkelijkheid vaak uitvergroot tot wat jij er in jouw beleving van gemaakt hebt en zijn het spoken geworden. 

Als je je verdiept in het verleden verdiep je je dus nooit in de werkelijkheid maar in de door jou gecreëerde versie daarvan. Een vervelend voorval, een belediging, een kwetsende opmerking, een ruzie, een gevoel van verlatenheid, je maakt ze vaak groter dan op basis van de werkelijkheid gerechtvaardigd is.

Je bedenkt ze zelf, de demonen. Ze zijn geen werkelijkheid maar hersenspinsels. Houd dat onderscheid voor ogen. Het zijn gedachten. Niet meer dan dat. De werkelijkheid daaronder is veelal zoek.

De wijsheid van dokter Kneepjes
Derde aanrader: Neem ze dus niet te serieus. Ga nooit met ze vechten. Alleen al omdat je geen reëel probleem te lijf gaat, maar vooral omdat je ze dan groter maakt dan ze zijn.

Laat ze komen als gifwolkjes – maar ga er niet op in. Laat ze voorbijdrijven. Geef niet toe aan de levensgrote verleiding van je hersenen om er toch mee aan het werk te gaan, om toch de boel weer te gaan oplossen. Oefen in het: Nee, ik ga er niet op in.

Dit laatste is overigens een eerste beginsel van meditatie, waar ik hieronder nog op terugkom.

Je moet schijt aan ze hebben. Ik denk aan een verhaal van Godfried Bomans waar ik destijds erg om heb moeten lachen. Het gaat over de fictieve geestenuitdrijver dokter Kneepjes die de meest afschuwelijke spoken vanachter het behang haalt en ze te kakken zet. Maar ook wat betreft het kleine demonische grut weet hij van wanten. Als ik het nu teruglees vind ik het lang zo leuk niet meer als toen, maar er zit een belangrijke les in verborgen.

Het citaat van dokter Kneepjes:

‘Ik beschouw het als ongedierte. […] Ze zijn als de dood voor me, meneer. En waarom? Omdat ik ze aan m’n laars lap. […] Als je ’s nachts in bed ligt te rillen van de angst, dan komen ze de volgende keer met z’n drieën wederom. Dat vinden ze fijn, de ploerten. Nee, je moet opstaan, je moet gaan kijken, je moet meeleven. Geef ze thee en sigaren.’

Dat is de beste houding tegenover de spoken uit het verleden. En zeker als ze zijn uitgegroeid tot ware demonen. Beseffen dat ze ongevaarlijk zijn.  Gebakken lucht.

Daaraan zit nog een aspect. Denk aan het beroemde gedicht De herberg van Rumi, waarin hij zijn ‘donkere gasten’ juist welkom heet, omdat ze iets te vertellen hebben. Dat is ook mijn ervaring: de demonen wijzen je vanuit hun duisternis op het licht. Laten je zien waaraan het je ontbreekt.

Zoek het grote licht
Geef ze thee en sigaren… Toch is dat niet altijd gemakkelijk. Want ze komen terug en kleven aan je ziel als vliegen aan zo’n ouderwetse vliegenvanger. Zo noemde Spinoza ze, al die ‘inadequate’ muizenissen. Hij zal ze zelf hebben gekend want hij wijst een weg om aan de ‘kleverige vliegenvanger’ te ontkomen. Een vierde aanrader.     

Richt je gedachten en gemoed op wat wezenlijk is: het licht van de eeuwigheid. Dat is voor Spinoza het leren kennen van Gods eindeloze liefde, waar we deel van uitmaken. Beschouw die stroom van liefde als een groot en warm licht. Bezie alle dingen in dat perspectief. Vind daarin het geluk.

Begin dus niet met problemen op te lossen maar zoek eerst de ruimte en de blijdschap in het besef van God. Dan verdwijnen de demonen als vanzelf naar de achtergrond. *

Deze spinozistische omkering voert je uit de schijnwerkelijkheid van demonische hersenschimmen en brengt je in de essentie van het leven, dus in de werkelijkheid. Mijn diepste intuïtie en ervaring zeggen me al heel mijn leven dat liefde de laatste werkelijkheid is.  

Het is een omkering die je kunt oefenen door meditatie. De vijfde aanrader.

Liefde geneest
Meditatie helpt je om in het grote licht te blijven. In God/Liefde. Het doet de demonen verdampen. In meditatie blijft over wat wezenlijk is: het licht van de liefde. Word je bewust van de liefde in je leven, concreet, van wie jou liefhebben. Besef de reikwijdte ervan. Je kunt er echt innerlijk in binnen wandelen, je erin wentelen, je eraan laven. Erin rusten en genezing vinden voor je gewonde ziel. Zoals in dit aan meditatie ontsproten gedichtje:

Dat het gewoon allemaal goed is.

Dat er niets op te lossen valt.
Niets te vrezen.
Niets te verontschuldigen.
Niets te stillen.
Niets te muizenissen.

Ruimte.
Zonovergoten.
Vrij.
Volkomen.

God.

Ga liefhebben
Zesde aanrader. Ga liefhebben. Op het moment dat je misschien weer wordt besprongen door het broeierige ongedierte en je weet er niet goed aan te ontkomen, forceer dan het mediteren niet maar zoen je geliefde, speel met je kind, bezoek een zieke.

Want liefde, daar kunnen ze niet tegen, de mormels. 

Dan zul je zien dat je de demonen niet zelf hoeft te bestrijden of te verjagen. Uiteindelijk verdrijft God/Liefde ze. Dat inzicht vormt de zevende aanrader: laat het over aan God in jou, het licht dat in ieder mens woont. Je zult zien dat het gebeurt, zoals in het fragment uit De moerbeitoppen ruisten van Nicolaas Beets:  

Gedachten die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.

*Met dank aan het waardevolle boekje van collega Jan Knol: En je zult spinazie eten.

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. In mei 2021 verschijnt zijn boek Brandend verlangen. Voor meer info: www.wimjansen.nu.

(Visited 611 times, 1 visits today)
Sluiten