Geschreven door 17:18 Boeken

Recensie van ‘Het getijdenboek’ van Rainer Maria Rilke

Vijf jaar lang heeft Gerard Kessels, verbonden aan het Poëziecentrum Nederland, gewerkt aan de eerste integrale, tweetalige uitgave van Het Getijdenboek (Das Stunden-Buch) van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke in het Nederlandse taalgebied. Rilke is de belangrijkste Duitse dichter uit de Romantiek uit het begin van de vorige eeuw, en heeft ook veel invloed gehad op de twintigste-eeuwse Nederlandse schrijvers als Vestdijk en Nijhoff, en naar we weten uit hun biografieën, ook op Etty Hillesum en Lucebert.

Door: Cor Sinnema

De bundel bestaat uit drie boeken, die Rilke zelf liever als een cyclus zag. Hij noemde het geen verzameling waar je een gedicht uit kunt weghalen, maar “een gedicht, waar geen enkele strofe van haar plaats getrokken kan worden, net zoals de nerven van een blad of de stemmen van een koor.” (pagina 218)

Duits en Nederlands
Het eerste boek (Het boek van het monnikenleven) schreef Rilke in 1899 en bestaat uit 67 gedichten. Het tweede (Het boek van het pelgrimschap uit 1901) en derde (Het boek van de armoede en de dood uit 1903) bevatten elk 34 gedichten. Alle gedichten staan integraal in het Duits en Nederlands naast elkaar in de bundel afgedrukt. Zo kan de lezer ze direct in de oorspronkelijke taal meelezen. De taal van Rilke ligt Kessels goed en hij probeert die tot leven te brengen in het Nederlands. Hij is diep geraakt door “de klankrijkdom, het zingende, het psalmodiërende ritme, het rijm, de speelsheid en de ernst” van de woorden die Rilke vond voor wat niet te zeggen is (het Unsagbare). In plaats van zijn ochtendmeditatie heeft Kessels dus vijf jaar dagelijks aan de computer zitten vertalen. Hij heeft er een hele kluif aan gehad, maar het resultaat mag er zijn!

Zoeken naar God
Het woord Getijdenboek doet vermoeden dat het om psalmen en bekende gebeden gaat, maar in dit geval is deze naam alleen bedoeld om de sfeer op te roepen die bij deze gedichtenbundel past. In de gedichten laat God zich kennen in allerlei beelden en vermommingen, in zijn immanentie. Hij kan een ‘buurman’ zijn of een vogeltje. Hij kan zich laten zien in het groeien van een boom of het waaien van de wind. Dit hoort bij de zoektocht die zo karakteristiek is voor de poëzie van Rilke. “Het zoeken naar God is belangrijker dan hem ook werkelijk vinden” schrijft Kessels in zijn Nawoord (pagina 215). Een illustratie van dit alles is te horen in zinnen als: “… Jij bent de spiegel van zijn eenzaamheid, / het stille midden van zijn monologen – / en elke cirkel rondom jou gebogen / onttrekt hem aan de kringloop van de tijd.” (pagina 31) Of: “En met een tak, zo anders dan die ene, / zal God, de boom, in zomertooi en ooit / zich openbaren en in volte fluisteren / en in een land waar mensen luisteren / en ieder net zo eenzaam is als ik. (…)” (pagina 51).

Telfout
Kessels slaagt erin de oorspronkelijke woorden en beelden van Rilke in onze taal weer te geven. Hij moet daarvoor soms wel creatief zijn en naar woorden zoeken die hetzelfde zeggen, maar beter passen in het ritme van onze taal, met eindrijmwoorden of fraai binnenrijm. Bijzonder in dit verband is de telfout. Waar Rilke het heeft over ‘seibenhundertzehn’ wordt dat door Kessels vertaald met ‘zevenhonderdnegen’, omdat dit beter rijmt op ‘kloosterwegen’ (pagina’s 142/143). Dat hoort bij de dichterlijke vrijheid van de vertaler.

Omgekeerde relatie tot God
Het eerste deel herinnert aan de monniken in Oost-Europese landen als Rusland en Oekraïne. Rilke schreef ze na een reis door Rusland, toen nog een vredig land. Zijn gedichten spreken God als ‘jij’ aan. Naast God komen ook Maria, engelen en heiligen langs, en enkele oudtestamentische figuren. Rilke blijkt ook bekend met de techniek van de iconografen uit de Oosters-orthodoxe kerken. Voor een beschrijving doet hij graag een beroep op woorden die een proces beschrijven; woorden als verschijnen, rijpen, ontwikkelen, ontwikkelen en reiken zijn favoriet. In het tweede boek gaat hij als pelgrim op pad. Met zijn poëtische woorden zie je steden en landschappen aan je voorbijtrekken. Opvallend is de omgekeerde relatie tot God. God wordt de zoon, de dichter de vader genoemd. In dit deel staan de langste gedichten en deze volgen associatief op elkaar. Het derde boek gaat over de stad. Rilke woonde van 1902 tot 1903 korte tijd in Parijs en hij beschrijft hierin alle nadelen van het stadse leven, zoals de massa mensen, het stof, het vuilnis en de armoede. Aan het einde van deze reeks verwijst hij impliciet naar Franciscus.

Dank aan de taal
Het boek eindigt met ruim 4 bladzijden Noten. In de Inhoudsopgave worden de Duitse gedichten per boek genoemd chronologisch op titel of eerste regel. Daarna opnieuw per boek op titel of eerste regel in het Nederlands. Vervolgens worden ze ook alfabetisch vermeld, eerst in het Duits en daarna weer in het Nederlands. Na Personalia van de inleider en vertaler volgt een Dankwoord waarin Gerard Kessels behalve aan belangrijke mensen om hem heen, ook dank brengt aan de taal, “die zo verassend plots verschijnen en zo bloeien kan en die in staat blijkt een glimp van God te vangen.” Tot besluit bevat de bundel een Lijst van belangrijkste geraadpleegde werken.

Het is bijzonder dat pas ruim honderd jaar na het verschijnen van een Duitse gedichtenbundel deze in zijn geheel is vertaald en uitgegeven. Een mooi boek om te gebruiken bij meditaties en daar heerlijk in rond te dwalen.

Boekgegevens
Titel: Het getijdenboek | Auteur: Rainer Maria Rilke | Vertaling: Gerard Kessels | ISBN: 978-90-8684-278-0 | Prijs: € 29,50 | Aantal pagina’s: 253 pagina

Steun Ongrond en bestel dit boek op de website van Kloosterboekwinkel Wittem.

Cor Sinnema is permanent diaken voor het bisdom ‘s-Hertogenbosch

(Visited 435 times, 2 visits today)
Sluiten