Geschreven door 15:24 Verdieping • 7 Reacties

Ploeteren op de mystieke weg

Het boek Mystiek van Evelyn Underhill, bewerkt door Jean-Jacques Suurmond, biedt een rijk overzicht van mystici en mystieke ervaringen. Daarbij beschrijft het diepgaand wat mystiek wel en niet is. De ondertitel Hoe God werkt in de mens laat zien dat het hierin vooral gaat om christelijke mystiek.

Door: Wim Davidse

Marijke Laurense besprak het boek in Trouw van 21 december 2022 onder de titel ‘Mystieke ervaringen zijn het begin van een ploeterende weg’. Inderdaad wordt er op die weg veel geploeterd, wordt er gevallen en weer opgestaan. Dat lees je vooral in hoofdstuk XIV, waar het gaat over de donkere nacht van de ziel. Het is een en al ellende, wanhoop, duisternis, leegte en eenzaamheid. Als je die veertig pagina’s over de donkere nacht leest bekruipt je het gevoel ‘het hoeft voor mij niet meer, geef mijn portie maar aan Fikkie’, of zoiets.

Maar ja, als je eenmaal ontwaakt bent, in de eerste fase van de mystieke weg, kun je eigenlijk niet meer terug. Je bent als het ware in de val gelokt als een eend in een eendenkooi. Zij het dat de mystieke weg aan het eind een hele mooie opening heeft.

In het vervolg wil ik de vijf fasen van de mystieke weg die Underhill onderscheidt eens toepassen op mijn eigen mystieke kronkelweggetje.

1. Ontwaken
In het boek Zenboeddhisme van Alan Watts las ik, een jaar of veertig geleden, een beeld van iemand die naar God zoekt: ‘Dat is iemand die zoekt naar het paard waarop hij zit’.
Dat sloeg bij mij in als een bom. Niet lang daarna las ik ongeveer hetzelfde in Het verstoorde leven, het beroemde dagboek van Etty Hillesum: ‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God’. De verre, machtige God uit het gereformeerde geloof had toen al voor mij afgedaan. Tot mijn verrassing moest ik naar binnen kijken om hem aan te treffen.

2. Loutering (discipline)
Het steeds maar lezen van boeken wordt afgeraden in het zenboeddhisme. ‘Je moet niet steeds de menukaart lezen, ga eten!,’ heet het dan. Dus ging ik in de leer bij Nora Houtman, een bekende ‘zen instructrice’ in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Zo begon een, nog steeds voortgaande, loutering. Het ervaren van mijn eigen ademhaling was toen een openbaring. Ik ontdekte daarbij allerlei vormen van ‘gruis’ die voor God zitten in die diepe put van Etty Hillesum. Na behoorlijk lange tijd kwam ik uit bij m’n aller vroegste jeugd, die begon in oorlogsomstandigheden (ik ben geboren op 12 mei 1940). Onder ‘betonlagen’ zaten daar nog angsten die ik nog nooit onder ogen had gezien. Er was daar een gevoel van ‘het is niet veilig, er is gevaar’. Het was alsof ik mijn eigen ‘broncode’ ontcijferde. Dat gaf ruimte.

Ik vond het dan ook goed om dit jaar (eind mei) mee te doen met opnamen voor een documentairefilm over de oorlog in Zeeland. Ik keerde terug naar mijn geboortehuis en mocht daar vertellen aan de filmploeg wat ik had meegemaakt als kind tijdens de slag om de Schelde. Die woedde in oktober en november 1944 op Walcheren. De film wordt vertoond tijdens een filmfestival in Vlissingen, begin september en ook voor Omroep Zeeland.

Mijn weg was toch wel wat kronkelig want tijdens deze langdurige fase van loutering waren er ook verlichtingsmomenten. Bijvoorbeeld tijdens een zen retraite in de Tiltenberg bij Vogelenzang, omstreeks 1985. Ik kreeg toen een soort eenheidservaring, ineens was ik in een grote bewustzijnsruimte waarin alles samenkwam, de motorrijder buiten, mijn ademhaling, de pijn in mijn knieën. Heel even was ik geen apart ‘ik’.
Dat soort ervaringen stimuleerde me om door te gaan met mijn dagelijkse (zen)meditatie.

3. Verlichting
De fasen lopen bij mij in elkaar over. Na verlichtingservaringen bleek er dan toch weer ‘meer gruis in die diepe put’ te zitten.
Ik trapte soms ook in de valkuil om een ‘short-cut’ te nemen naar verlichting. Zo wilde dat ‘ego’ van me het ervaren van het goddelijke als het ware afdwingen. Maar dat leidde dan ook weer tot ontmaskering van een stuk van dat ego.

4. Overgave (donkere nacht)
Overgave aan het onbekende vond ik steeds moeilijk. Er kwam eens een beeld in me op dat dat goed weergeeft. Tijdens een meditatie ‘zag’ ik eens iemand die zich krampachtig vastklampt aan de rand van een ravijn. Loslaten zou een diepe val betekenen. Maar er verscheen een net onder mijn voeten, ik werd opgevangen, besefte ik. En vervolgens: ‘in wezen ben ik zelf die peilloze afgrond’. Letterlijk heb ik ook donkere nachten meegemaakt. Soms lag ik dan te hyperventileren wanneer mijn afweer tegen diepliggende angsten buiten werking was.

5. Eenwording
Er zijn bij mij nog te veel ‘ik-patronen’ om te kunnen spreken over eenwording met het goddelijke, of realisatie van je ware natuur of hoe je dat noemen wilt. Het ploeteren gaat nog door. Maar het wordt al wel beloond. Ik weet dat ik geen apart ‘ikje’ ben, maar deel uitmaak van iets dat niet te benoemen valt. Dat besef geeft veel steun en relativeert al dat geploeter.

Over de auteur
Wim Davidse was werkzaam als projectleider/onderzoeker bij een economisch instituut en is auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici.

(Visited 272 times, 1 visits today)
Sluiten