De Rio Grande en de ellende grande

Wie heeft dat beeld niet op zijn netvlies staan? De verdronken vader met zijn dochtertje aan de oever van de Rio Grande. Er zijn in mijn omgeving nogal wat hooggevoelige mensen die echt lijden aan dit soort beelden. Er soms bijna aan onderdoor gaan. Het onverdraaglijk aan zichzelf laten komen. Zelf behoor ik ook tot het menstype Etty Hillesum dat ‘een pleister op duizend wonden zou willen zijn’. Toch meen ik in dit soort ellende grande een weg gevonden te hebben. 

Door: Wim Jansen

De filosofische weg: apatheia
Het probleem met al te sterke emoties is dat ze niet helpen. Ze slaan je vleugellam, maken alles erger voor eigen omgeving en jezelf en verzwaren dus de ellende. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Het leven dwingt ons dan ook om op z’n minst enige apatheia te oefenen, zoals de oude Griekse en Romeinse stoïcijnen ons hebben voorgeleefd. In tegenstelling tot de in onze tijd gangbare opvatting betekent stoïcijns niet: onverschillig. Net zomin als hun ‘apatheia’ gelijk zou staan aan ongevoeligheid of ons gebruik van het woord ‘apathie’.

De wijsheid van de klassieke stoïcijnse ‘apatheia’ is hierin gelegen dat je je niet op sleeptouw laat nemen door je emoties, niet alles erdoor laat bepalen. De stoïcijnen oefenden in het ‘mennen’ van de hartstochten en driften zoals men wilde paarden ment die anders met je op hol zouden slaan. Zij zochten het stille punt in de ziel, voorbij de emoties en de angst.

Hoe oefen je die ‘apatheia’? Door dat gevoel het gevoel te laten en er in ieder geval niet over te gaan denken. Er niet in te graven. Door er dus geen aandacht aan te besteden. Dan verdwijnt het vanzelf.

Als Moeder Theresa in Calcutta zich voortdurend had laten leiden door de emoties en zich gepijnigd had met de vraag ‘Waarom?’ – dan had ze niks kunnen betekenen. Zij wijdde haar leven aan elke dag de druppel op de gloeiende plaat zonder al dat uitzichtloze lijden telkens te beleven en te doorworstelen.

Wat helpt, wat wezenlijk helpt in alle richtingen, zowel naar de wereld als naar jezelf, is ‘een pleister op duizend wonden’ trachten te zijn.

De paradox van het kwaad
Ik ga geen advocaat van de duivel spelen. Het vreselijke gebeuren aan de Rio Grande kan geen zin hebben. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het kwaad en het lijden. Een vreemde paradox.
Zelf heb ik namelijk ervaren dat het lijden dat mij is overkomen mij wel geholpen heeft om te worden wie ik ben. Dat het mij heeft gelouterd tot liefde. Zodat ik zelfs kan zeggen: ik had de pijn in mijn leven niet willen missen.
Blijkbaar kan liefde alleen tot volmaaktheid komen via de weg van de onvolmaaktheid. Zoals leven alleen tot stand kan komen door de dood. En vreugde door lijden.

Op een of andere manier zijn wij mensen niet gebouwd op het volmaakte, niet op alleen maar geluk, niet op eeuwig leven. Dat zouden we niet aan kunnen. Je moet er toch niet aan denken dat de dood er niet was, dat we altijd zouden blijven leven in een wereld zonder beperkingen en tegenslagen. We zouden onuitstaanbaar overmoedig worden en elkaar alsnog uitmoorden. We hebben het onvolmaakte nodig om te groeien.
Wij mensen zijn groeiwezens. 

Juist in mijn moeilijkste perioden kwam er een groeidimensie aan het licht die ik anders nooit had ervaren en die ik nu maar, bij gebrek aan beter, de dimensie van God noem.
In de inmiddels bijna sleetse woorden van Leonard Cohen: There’s a crack in everything, that’s how the light comes in.
Ik kan er niet omheen dat de ellende gaten in mijn bestaan heeft geschoten waardoor licht en liefde binnenvielen die ik als van God definieer. 
Maar waar is God eigenlijk in dit alles?

Pixabay

En God?
Het lijkt me duidelijk: God is niet de Almachtige die in de hemel de touwtjes in handen zit te hebben en alles op zijn pootjes terecht doet komen. Wat of wie dan wel? Ik kom er het dichtste bij in de volgende omschrijving: een innerlijke, geestelijke kracht.
Als God werkelijkheid is dan is zij dat in het verborgene.

In het verhaal van Ruth is God onuitgesproken aanwezig in de rechtvaardige wetgeving van de Tora, waarin de weduwen en wezen tot hun recht komen.
In het verhaal van Jozef zit God ‘verstopt’ in de rechtvaardigheid en de wijsheid van Jozef.
In het verhaal van Elia openbaart God zich niet in de storm of de aardbeving of het vuur, maar in ‘de stem van de stilte’.  

God wordt vooral werkelijkheid als stille, voortgaande schepping.
En schepping, dat betekent niet een afgerond product, maar proces.
Wie Genesis 1 goed leest – dus niet als een historisch verslag maar als een gedicht over de scheppende Geest in onze geest – zal inzien dat scheppen juist geschiedt vanuit en doorheen ‘woeste, lege duisternis’ en onvolmaaktheid.  
God is scheppend, nog altijd, in de hoofden en harten van mensen.
De grote vraag in de ellende grande is: bewegen we mee met die schepping van God in ons?

Wat betreft het tragische lot van die vader en zijn dochtertje: ik kom niet verder dan de uitspraak dat ze rusten in God. Ik weet niet hoe ik me dat voor moet stellen maar ik vertrouw erop. In een leven lang omgaan met de dood is het mijn ervaring dat verzoening met de dood – ook deze veel te vroege dood – mogelijk is.   
Dat is mijn ervaring, ja, maar meer heb ik ook niet.

Wim Jansen is theoloog, dichter en schrijver. Eind mei verscheen zijn nieuwe boek O hemel, zei de krokodil – 52 dierenverhalen voor jong en oud om zoiets als God ter sprake te brengen. Voor meer informatie: www.wimjansen.nu.

3 Reacties

  1. Ook ik was diep geschokt door het beeld van vader en dochtertje.
    Beelden kunnen een enorme schok geven. Met daarbij een diep
    meeleven. Het raakt je. Maar verder mogen we ons leven niet laten
    leiden door emoties. En alsmaar piekeren.
    De tragiek van deze vader met zijn kind (en met hem vele anderen)
    doet mij geloven en vertrouwen dat zij “in Gods hand zijn”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *