Geschreven door 18:22 Verdieping • 2 Reacties

Zie de mens

Wat te denken van de mens? Ik waag mij niet aan de uitspraak dat “de meeste mensen zouden deugen”. Ik weet het niet. Als ik op de social media rondkijk word ik niet vrolijk van het wezen mens. Ik ga er maar van uit dat de luitjes die daar vertoeven geen realistisch beeld van de totale werkelijkheid weergeven. Wat ik verneem is werkelijk verontrustend. Toch een oproep om daardoor ons mensbeeld niet te laten bepalen.

Door: Wim Jansen  

Gods evenbeeld?
De podia waar mijn schrijfsels worden geplaatst zijn over het algemeen beschaafd en rustig. Voor lezers die willen nadenken over de dingen. Een enkele keer heb ik ook wel een scheldkanonnade over mij heen gekregen waar ik van schrok, maar dat zal ik wellicht zelf hebben uitgelokt met een pittige mening – denk ik dan maar.
De laatste keer echter, in een toch afgewogen stuk in Volzin over het slavernijverleden van Vlissingen, werd ik in een groep op Facebook zodanig overstelpt met sarcasme, agressief taalgebruik en banale suggesties, dat ik ervan afzag om verder te lezen. Mijn al niet zo vrolijk gekleurde mensbeeld werd er nog donkerder van. Zie de mens…

Het staat niet in verhouding, maar ik moest toch even denken aan een treffende uitspraak van Etty Hillesum, toen zij op een ochtend geconfronteerd werd met de gezichten van de kampbeulen.  

“…mijn God, die gezichten! Ik heb ze stuk voor stuk bekeken, verdekt opgesteld achter een venster, ik ben nog nooit van iets zo geschrokken als van deze gezichten. Ik ben in de knoei geraakt met het woord, dat het leidmotief van mijn leven is: En God schiep de mens naar zijn evenbeeld. Dat woord beleefde een moeilijke ochtend met mij.”

Zoiets heb ik werkelijk gedacht. Mijn God, zulke woorden! Zulke taal! Zo onderbuik, zo dom ook, zo grof. De moeite die Etty Hillesum beleefde met dat woord – van de mens geschapen naar Gods evenbeeld – beleef ik al als ik zie hoe sommige mensen zich bloot durven te vertonen met wanstaltige lijven, laat staan als ik geconfronteerd word met de agressie in de media.
Is dit de mens? Zie de mens.

Alsof je een steen optilt
Zie de mens. Als je in de tuin een steen optilt blijkt die ogenschijnlijk stille plek plotseling te krioelen van leven waar je geen vermoeden van had. Maar wat voor leven? Griezelig ongedierte veelal. Eenzelfde unheimisch gevoel bekroop mij toen ik de betreffende Facebookpagina onder ogen kreeg. Een aantal typeringen van wat ik aantrof ‘onder de steen’:

  • Veel mensen lezen niet of hooguit half. Ze beginnen al te schelden of cynisch van repliek te dienen als ze nog maar de aanhef gelezen hebben.
  • De meeste mensen geven blijk niet geïnteresseerd te zijn in een overtuiging die niet met de hunne strookt. Men moet daaruit concluderen dat zij überhaupt niet in anderen zijn geïnteresseerd.
  • Veel mensen blijken voornamelijk vervuld van zichzelf en de eigen meningen en zijn niet bereid zich ook maar enigszins in te leven in een medemens. Elke vorm van empathie ontbreekt jammerlijk.
  • De meeste uitingen – ik kan het geen mening noemen want over een mening is nagedacht – komen rechtstreeks vanuit de meest primitieve onderlaag, waar de goedkope sentimenten zich roeren. Het zijn veelal, zoals men dan zegt, onderbuikgevoelens.
  • Opmerkelijk en verontrustend is ook hoeveel mensen redeneren vanuit het eigen beperkte perspectief en niet betrokken zijn op een overstijgend verband. Dit ontbreken van transcendent besef en zelfs van helikopterview, is, zo vrees ik, de kwaal van onze cultuur.

Gelukkig is dit beeld van ‘onder de steen’ niet representatief voor de mensheid als geheel. Daarom weiger ik ook mijn mensbeeld daardoor te laten bepalen. De meeste mensen die integer zijn vermijden deze podia of ze kiezen voor de respectvolle groepen en varianten.

Maar met welk mensbeeld kan ik dan uit de voeten? Is de mens nou in principe ‘bijna goddelijk’ (Psalm 8) of ‘niet in staat tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’, zoals de Heidelberger Catechismus ons wil doen geloven? 

Conatus
Laatst had ik een gesprek met iemand die beweerde dat alle woorden en daden van mensen, ook de altruïstische, alleen maar het eigenbelang dienen. Uiteindelijk, zo betoogde hij, doen we alles om er zelf beter van te worden, ook al lijkt het naastenliefde.
Ik ken de discussie. Spinoza noemde dat de conatus, de eeuwige drang van de dingen en de mensen om te blijven bestaan. Je kunt ook zeggen: de overlevingsdrang van het ego.   

Toch zie ik werkelijk mensen om me heen die zich zodanig voor anderen inspannen dat ze er zelf veeleer slechter van worden. Dat ze juist hun eigen bestaan relativeren.
Ik kom hem regelmatig tegen, die ‘goeie mens’ uit het liedje van Rowwen Hèze, die dan ook ‘altied bluuf ljeeve’. Maar daar doet hij het niet voor, want hij is als de graankorrel die in de aarde valt en sterft in de liefde.

Ja, dat denk ik, dat in de liefde de conatus wordt opgeheven. Laat dat dan maar mijn mensbeeld zijn, ook al komt het vaak niet uit. De mens die in staat is tot liefde.
Zie de mens. Het was Jezus over wie stadhouder Pilatus dit zei. Zie de mens, deze mens, druipend van het bloed, vernederd, veroordeeld. Waarom?
Wegens gebrek aan conatus.   

Tragiek
Of de meeste mensen deugen durf ik niet te zeggen, maar evenmin dat de meeste mensen niet zouden deugen. Zo kunnen we mensen beter ook maar niet meten. Het is een moralistisch meetinstrument en de mens valt daarbuiten. Er is zoveel meer aan de hand dan alleen deugen en niet deugen.
Ik zie de mens vooral als tragisch. Ook of misschien wel juist wie zich gedraagt als hork op de social media. Het meeste van ons gedrag wordt bepaald door de mazzel of de pech die we hadden in onze jeugd en in de rest van ons leven.   

Het doet me denken aan het bekende gedicht Mens van Leo Vroman, dat begint met de onvergetelijke regel: Mens is een zachte machine…
Een machine, ja, maar een die zich daarvan bewust is. Zoals ook Spinoza de mens ziet als een keten van oorzaak en gevolg. Het meeste van wat wij beslissen en doen komt niet voort uit de eigen wil of gedachte, maar uit diepere drijfveren waarvan we het bestaan soms niet eens vermoeden. Daarom is de mens vooral tragisch en verdient hij het om te worden betreurd en bemind.

Accepteer de mens en zijn soms miserabele gedrag als de regen en de wind. Hij kan niet anders. Bejegen hem daarom zachtjes en vol mededogen. Laat hem in zijn waarde, ook al is die soms onwaarde. Zoals in de woorden van Vroman:

“God behoede de mens
en geve hem een zoen;
er is verder niets met hem te doen.
Streel zijn zoete pens,
want mens is een zachte machine,
een ingewikkeld liefje.
Verzilver zijn statiefje,
leid hem in een vitrine,
doe bij hem een lichtje aan.

Loop zachtjes om hem heen en
ga elders om hem wenen,
maar laat hem staan.”

Over de auteur
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. Op 13 mei jl. verscheen van hem een nieuwe bundel met de mooiste liefdesgedichten, die hij schreef voor zijn geliefde ElianeEliane – liefdeslyriek. Zie voor achtergronden en eerdere publicaties zijn website www.wimjansen.nu.

(Visited 264 times, 1 visits today)
Sluiten