Geschreven door 07:41 Actueel, Verdieping • 3 Reacties

Het niets dat alles is (3)

‘Het niets dat alles is’, het Ene, ‘Dat wat niet twee is’.

Ingrid, mijn vrouw, en ik hebben drie kinderen. Twee zijn inmiddels al geruime tijd volwassen. De jongste, Jeroen, kwam te overlijden in z’n negende levensjaar.

Door: Eddy Karrenbelt | Foto: Pixabay

Jeroen was een bijzonder kind. Na een half jaar ontdekten wij dat hij doof was en gaandeweg werd ook duidelijk dat hij autistisch was. Dat zorgde ervoor dat de communicatie anders verliep dan normaal. We leerden gebarentaal en ‘hadden veel contact dwars door alle sluiers heen binnen in ons hart’.
Jeroen was een kind dat langzaam, het naar binnen gericht zijn, verruilde voor contact met de buitenwereld. Te beginnen met ons. Langzamerhand zag je zijn ogen naar buiten kijken, helderder worden en contact maken.
Hij kon niet naar een gewone school en reisde elke dag met een eigen taxi naar een speciaal schooltje in Vught. Hij zat dan prinsheerlijk op de achterbank van de taxi.
Wij vonden hem een kleine prins zoals hij naar zijn schooltje werd gereden en weer terug naar huis. ‘Een morgenkind’.

Ondanks dat daarvoor geen aanleiding was, had ik regelmatig het gevoel dat Jeroen niet lang op de wereld zou blijven. Meerdere keren fietste ik van mijn werk naar huis met de vraag van binnen of hij er nog wel zou zijn. Een gevoel wat mij niet verwonderde, alsof de drempel tussen leven en dood voor mij een kleine was. Alsof ik ‘voorbij het sterven een glimp van de diepte van leven zag’. Ik deelde dit met Ingrid en zij had hetzelfde gevoel.

In z’n negende levensjaar kwam Jeroen te overlijden. Schijnbaar zomaar uit het niets.
Hij was ziek, had koorts en knapte in de ochtend weer op. Echter ’s middags nam de koorts plotseling snel toe. Aan het eind van de middag kreeg Jeroen een toeval en volgde een hartstilstand. Het was rond half vijf.
Ik was samen met de andere twee kinderen. Ingrid was aan het werk.
Het was dramatisch.
We belden de huisarts en 112. Ze waren snel aanwezig en begonnen direct met Jeroen te reanimeren. Na een tijd wist ik plotsklaps dat dit het moment was, dat ik altijd al had voorvoeld en ik wist met zekerheid dat Jeroen niet meer terug zou komen.
Omdat ze al lang bezig waren met reanimeren, klopte ik de huisarts op de rug met de vraag waar ze nog mee bezig waren, maar voor die vraag was geen aandacht.
Dat begreep ik ook goed, omdat ze mijn gevoel niet kenden en alles op alles zetten om het leven van Jeroen te redden.
Het mocht niet baten.

Inmiddels was Ingrid ook van haar werk thuisgekomen en met gillende sirenes gingen we met z’n allen in twee ambulances naar het ziekenhuis. Langs grote files, waarbij de politie ons ruimte verschafte om vaart te maken. Alles werd in het werk gesteld om het leven van Jeroen te redden.
Ik denk dat we rond zes uur in het ziekenhuis waren.
In het ziekenhuis rond zeven uur ’s avonds zijn ze gestopt met pogingen om Jeroen nog te redden.

We wilden Jeroen graag mee terug nemen naar huis, wat gelukkig mocht.
Het taxibedrijf dat hem naar huis bracht was het taxibedrijf dat hem ook altijd naar zijn schooltje bracht en de auto werd ook nog gereden door zijn eigen chauffeuse. Dit allemaal door een speling van het lot.
Inmiddels geloven wij niet meer in een speling van het lot of van toeval. Het overlijden van Jeroen was omlijst met ‘tekenen’. Onder meer het cijfer 9. Geboren op 9-11-1990 en overleden, in z’n negende levensjaar, op 27-9-1999. De kilometerstand van de taxi, die Jeroen na zijn overlijden naar huis bracht, was toen deze bij ons huis arriveerde 27.999 km.

Een van de volgende nachten kreeg ik een droom waarin ik Jeroen ontmoette, hij met uitgestrekt armen op mij af kwam lopen en wij elkaar omhelsden. Een innige omhelzing.
Ik werd tegelijkertijd wakker, lag met mijn handen op mijn hart en wist dat wij één waren en nooit meer twee zouden zijn. Een van mijn eerste ontmoetingen met het Ene.

Het medeleven met het overlijden van Jeroen was overweldigend. Thuis waar hij was opgebaard en bij de begrafenis.
Ingrid zei later dat het haar deed denken aan de kraamtijd, zoveel mensen die bij ons thuis langskwamen voor ons en Jeroen.

Het onderstaande eerste gedichtje staat op het graf van Jeroen. Het tweede stond op het bedankkaartje dat we naar alle mensen hebben gestuurd die hun medeleven betuigden. Het derde gedichtje heeft als titel de ‘ontdekking’.

Jeroen

lief klein manneke
we hadden veel contact
dwars door alle sluiers heen
binnen in ons hart

we zullen je zo missen
lief klein morgenkind
verdrietig zijn en blij
als je ons weer vindt


Al die lieve mensen

al die mensen
die zijn gekomen
hebben geschreven
bij ons waren
bij ons zijn

die zijn geraakt
die ergens voorbij het sterven
misschien een glimp van de diepte
van leven hebben gezien

die ons hart hebben verwarmd
ons kwetsbare hart
al die lieve mensen

In het ‘niets dat alles is’ vinden wij elkaar. In het Ene is er niemand anders.


Ontdekking

eens zal ik sterven
vredig
als jij mij bent
ik jou
als wij de wereld zijn
het opperste gewelf
de zon, de maan …
de liefde zelf

Eddy Karrenbelt heeft reeds geruime tijd een coach praktijk. Daarnaast schrijft hij liedjes en gedichten en treedt hiermee op. Hij heeft daarnaast ruime ervaring in leidinggeven. Dit vanuit een brede achtergrond: van binnenstedelijke projectontwikkeling en beheer openbare ruimte tot werk en inkomen en het brede sociale domein. Zijn inspiratie vindt hij in de mystiek. De gedichten staan in de bundel ‘Dat wat is’. Voor meer informatie: www.praktijkvoorbewustwording.com.

(Visited 564 times, 1 visits today)
Sluiten