Geschreven door 18:47 Verdieping • 4 Reacties

Preludes op de dood

Afgelopen zondag heb ik gepreekt over de Rolling Stones. Althans over een van hun songs: That’s how strong my love is. Ik had ook nog wel andere lezingen, maar de kerntekst was toch dit lied. Alles in het kader van de gedachtenisdienst, Allerheiligen, Allerzielen – het kerkelijke Halloween. Een popsong als onbedoelde, mystieke troost.

Door: Wim Jansen | Foto: Pixabay

Halloween
Ik vind het mooi dat religieuze feesten zich seculier voortzetten in de cultuur. Zich losmaken van een kerkelijke of godsdienstige setting. Het laat zien dat mensen een onuitroeibaar verlangen hebben naar rituelen, verlangen naar een verticale dimensie, naar troost. Verlangen om opgenomen te zijn in een groter verband dan het eigen beperkte perspectief.
Halloween, oorspronkelijk een Keltisch oogstfeest, waarbij de deur werd opengezet voor de zielen van de overledenen, is een verbastering van ‘de avond voor Allerheiligen’: All Hallows Even. Ik heb het altijd schitterend gevonden, hoe zogenaamde ‘heidense’ feesten en christelijke feesten een natuurlijk convenant met elkaar aangingen, zoals Kerst met het midwinterfeest en ga zo maar door. Dat laat de kracht zien van een universeel, van binnenuit aangedreven mystiek levensgevoel, dat tot de essentie van het mens-zijn behoort.

Prelude
Ik merk dat alles wat ik de laatste tijd schrijf aan columns en preken en boeken automatisch een ondertoon van prelude heeft. Prelude namelijk op mijn eigen afscheid. Ik ben zeker niet elke dag bezig met de dood – juist niet – maar hij behoort wel tot mijn vaste metgezellen. Mijn uitgezaaide kanker zorgt er wel voor dat ik niet om hem heen kan, daarom leef ik zo intens.
De kuren die tot nu toe mijn leven rekten worden zwaarder door de bijwerkingen. Niet fysiek maar psychisch. Met name in een moeilijk uit te leggen, zeer unheimisch gevoel van vervreemding van mezelf. De oncoloog noemde het: het gevoel dat je jezelf kwijt raakt. Dat zij het meteen zo typeerde duidt erop dat het vaker voorkomt bij deze behandeling. Best mensonwaardig, eigenlijk. Zo begon ik het ook te ervaren.
Veel meer kan ik er niet over zeggen, maar het was naar genoeg om besloten te hebben ermee te stoppen. En om het maar eens klassiek uit te drukken: Ik ben nu overgeleverd in Gods hand. Dus kan het nog jaren goed gaan, maar het is toch verstandig om er rekening mee te houden dat ik op niet te lange termijn een vogel voor de kat ben.

Ik kan daar goed mee leven, zeker omdat dit zwaard van Damocles al bijna drie jaar boven mijn hoofd hangt. Het klinkt vreemd, maar ik zou het iedereen toewensen! Wat overigens niet eens hoeft, want dit geldt allang voor iedereen. De meeste mensen zijn het zich niet bewust en leven in een onrealistisch en bedrieglijk perspectief van onsterfelijkheid.
Het veel realistischer bewustzijn van je sterfelijkheid brengt je in een ongelooflijk intense modus van leven en liefde.        

Dat ik er nog zal zijn als ik er niet meer ben
Intussen hebben mijn geliefde en ik het natuurlijk regelmatig over ‘what if’. Dat gaat op ontspannen wijze maar wel met ruimte voor de gepaste ontroering. Terwijl het zomaar zou kunnen zijn dat zij eerder hemelt dan ik, gaan we er toch, het meest reëel, van uit dat ik eerst de pijp aan Maarten zal geven.
Zoals gezegd: al mijn schrijfsels zijn als vanzelf doordrongen van prelude. Prelude op een hoe dan ook naderend afscheid. En ik kan het niet laten – het komt van binnenuit – te benadrukken dat ik er nog zal zijn als ik er niet meer ben.

Ook in mijn preek voor de gedachtenisdienst drong zich de vraag op wat ikzelf zou willen zeggen tegen mijn geliefde nabestaanden. Geen Bijbeltekst of mystieke tekst kwam me in gedachten, maar deze oude song van de Stones.

If I was the sun way up there
I’d go with love most everywhere
I’ll be the moon when the sun goes down
Just to let you know that I’m still around

That’s how strong my love is,
That’s how strong my love is
That’s how strong my love is, baby,
That’s how strong my love is

I’ll be the weeping willow drowning in my tears
And you can go swimming when you’re here
And I’ll be the rainbow after the tears are gone
Wrap you in my colors and keep you warm

That’s how strong my love is…

I’ll be the moon…
Met name deze zin zou ik willen meegeven aan mijn geliefden:
Ik zal de maan zijn als de zon onder gaat.
Ja, de zon van mijn leven hier op aarde gaat onder, maar dan zal ik de maan zijn in jouw leven.
De dichter lijkt de hele kosmos aan te willen grijpen om zijn nabijheid, zijn ‘aanwezigheid in de afwezigheid’, uit te drukken in prachtige beelden:

Ik zal je treurwilg zijn waar je om mij kunt huilen.
Ik zal de regenboog zijn en ik wikkel je in mijn kleuren om je warm te houden.
Ik zal de oceaan zijn, zo diep en zo wijd om al je tranen in op te vangen.
That’s how strong my love is…

Zo zal ik er zijn als ik er niet meer ben.
Precies zoals ook God er is.

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. Recent verscheen Twee zwervers verliefd van hem en zijn vrouw. Voor meer info: www.wimjansen.nu.

(Visited 390 times, 1 visits today)
Sluiten