Geschreven door 16:00 slider, Verdieping • 7 Reacties

God is echt levensgevaarlijk


Volkomen onverwacht kwamen mijn lief en ik in een bizar gesprek terecht. Buurtbewoners gaven te kennen dat zij zo graag eens met ons zouden kennismaken en nodigden ons uit voor de thee bij hen thuis. Wij gaven daaraan gehoor en bereidden ons voor op een luchtig kennismakingsgesprek. Maar na een halfuurtje keuvelen vuurde de vrouw des huizes uit het niets een vraag op mij af.

Door: Wim Jansen

Déja vu
“Aan welke kant staat u? Ziet u de Bijbel als waar gebeurd van kaft tot kaft? Of als een verhalenboek?… zoals ze dan zeggen…” Dit laatste zei ze een beetje meesmuilend waaruit al bleek wat ze meteen na mijn antwoord ook triomfantelijk aangaf: “Wij nemen de Bijbel wel letterlijk van kaft tot kaft.”
En toen begon ze: “Hoe ziet u dan…?”

Het gaf mij al snel het gevoel dat wij ergens ingestonken waren. We waren hier niet uitgenodigd voor nadere kennismaking, maar ter verantwoording geroepen. Het ging van dik hout zaagt men planken met Bijbelteksten die eveneens op ons werden afgevuurd, overduidelijk met de opzet mijn lichtzinnige geloof – of wat daar voor doorging – aan de kaak te stellen. Zij hadden wel eens iets van mij gelezen en ook een reportage op tv gezien waarin ik had beweerd… en toen volgde er een veelheid aan vrijzinnigheden die niet deugden…

Het bracht een déja vu in mij naar boven van vroeger thuis, mijn mystieke, Bijbel kennende vader, die niettemin in gesprekken met Jehova’s getuigen altijd klem gereden werd tussen uit het hoofd geleerde teksten.
Déja vu: ze zijn er nog, de fundamentalisten. Ik verbaas me er nog altijd over. En werd weer bepaald bij het gevaar ervan.

Spervuur
Het gesprek ging dus vele kanten uit:
“Hoe denkt u dan over de schepping?”
Schamper: “U gelooft toch zeker niet in de evolutie…”
“U vindt de Bijbel zeker een sprookje?”
“Dus u gelooft ook niet dat Jezus aan het kruis voor ons gestorven is?”
Op mijn verweer dat Jezus wel aan het kruis gestorven zal zijn maar niet naar de wil van een genoegdoening eisende god: “Het past allemaal in het plan van God.”
“We zagen in het programma dat u ongeneeslijk ziek bent. Waar komt u straks dan terecht? In de hemel? Komt iedereen daar dan? Want u gelooft zeker niet in de hel? En vast ook niet in de duivel…”

In het licht van mijn ziekte ervoer ik dit laatste thema als nogal ongepast – zij waren niet uit op meeleven maar op een hun bevredigend antwoord – maar ik ben er toch op ingegaan. Hoe dan? – vraagt u als lezer, inmiddels zelf ook nieuwsgierig geworden, nu ook.
Ik heb, mij voortdurend in het nauw gedreven voelend, iets gezegd als: “Nee, ik geloof niet in een hemel, niet in een hel en ook niet in een duivel. Ik kom terecht in een Liefde, een warm licht, een soort veld van liefde. Ik hoef daar niet in te geloven, want dat ervaar ik nu al.”

Dat bedenkt ie zelf
En toen kwam de vraag die ik er hier uit wil lichten, omdat die volgens mij de grote kloof aanduidt en het verschil maakt: “Waar haalt u dat vandaan?”
De man stelde de vraag, zijn vrouw siste hem het antwoord toe: “Dat bedenkt ie zelf.”
Als mensen in de derde persoon over je praten als je er zelf bij bent, is het niet best meer met je gesteld! En zeker niet als anderen een vraag, aan jou gericht, voor je beantwoorden. Toch ondernam ik nog een poging om met hun orthodox christelijke taalveld mee te bewegen: “U zult zeggen dat ik het zelf bedenk, maar ik heb het gevoel dat de Geest in mij werkt…”
“De heilige Geest, ja!” voer de man uit. “Die de schrijvers van de Bijbel heeft geïnspireerd, diezelfde Bijbel waarin u niet meer gelooft… Je moet toch ergens je waarheid en waarden en normen vandaan halen. Ik haal ze uit de Bijbel. De waarheid van de Bijbel is bewezen. Ik heb wel een boek voor u…”

Nu leek het me tijd om er een eind aan te maken. Aan deze discussie, bedoel ik. Maar ik overwoog ook even aan mijn leven…
Mijn lief en ik wisten het al toen het begon, dit gesprek had geen zin. Deze mensen waren in de ban van een stellig en zelfs agressief te noemen fundamentalisme. Ik heb er al zo vaak mee te maken gehad in het verleden. Ik kan de evangelische groepen en individuen niet opnoemen die mij belden of mailden dat ze voor mij zouden bidden, omdat ik zo ver van het padje was… Echt, ik laat die mensen altijd met rust, maar ze laten het heel vaak mij niet.

Intussen lijkt het me zonneklaar dat God echt levensgevaarlijk is in handen van fundamentalisten. Zij leveren zich uit aan uiterlijk gezag en uiterlijke teksten die zij verabsoluteren. In dit geval de Bijbel. Maar er staat heel veel in de Bijbel dat tot de meest verschrikkelijke misverstanden aanleiding geeft en waar we als mensheid al menigmaal mee de bocht zijn uitgevlogen. Het staat er toch, zegt men dan, en de wapens van Poetin worden gezegend. Of homoseksuelen wordt hun liefde ontzegd. Of integere twijfelaars worden naar de hel verwezen, omdat zij ‘niet zouden geloven’. Of etc…

Je bent niet niets
Intussen blijft die vraag staan: Wij hebben de Bijbel, maar waar haal jij het vandaan? Thuisgekomen viel mij het enig mogelijke antwoord pas in. Niet: Dat bedenkt ie zelf. Ook wel, deels. Maar in ieder mens woont de geest van Liefde. Durf te vertrouwen op die innerlijke stem.
Ik moest denken aan Meister Eckhart, vrij weergegeven:
“Mens, je bent niet niets, je draagt goddelijk leven in je, je bent voor dat goddelijke leven niet afhankelijk van externe middelen, zoals geloofswaarheden […] en rituelen.”

Ik wil mij op mijn beurt niet ophangen aan Meister Eckhart – zoals tegenwoordig ook velen doen als net zo goed een externe, onfeilbare leermeester! – maar zijn woorden spiegelen wel wat al vanaf mijn jeugd in mij leeft. En in iedereen leeft!
Het menselijk zelf is van meet af aan van goddelijke signatuur. En dat menselijke zelf mag niet ontkend of gekleineerd worden door welke religieuze cultuur dan ook. Integendeel, religieuze cultuur moet helpen deze innerlijke kracht die ieder in zich heeft, tot uiting te laten komen en te laten werken.
Die innerlijke kracht, die ieder mens in zich heeft, is de Liefde. Alleen binnen de Liefde is alles veilig. Zo had ik het in het begin van het gesprek ook nog gezegd.
“Ha, dan is de Liefde dus God!”, riep de man uit op een toon van ‘daar heb ik je’.
En inderdaad: daar had hij mij.

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. Afgelopen zomer verscheen zijn boek Brandend verlangen. Voor meer info: www.wimjansen.nu.

(Visited 628 times, 11 visits today)
Sluiten