Geschreven door 08:40 Uitgelicht, Verdieping • Een reactie

Opstanding na Pasen, wordt dat nog wat?

Met Pasen hebben we ons weer kunnen laven aan de Paasboodschap, waarin het nieuwe leven, de opstanding en de hoop dat alles goed komt, voorop staan. Mooie liedteksten drukken dat nog eens uit: U zij de glorie/ opgestane Heer….

Door: Wim Davidse

Daarna kwamen we terug in de barre werkelijkheid, met een oorlog in de Oekraïne die een nieuwe fase ingaat door de strijd in de Donbas. In het binnenland werden we geconfronteerd met een politica die onder vuur kwam te liggen omdat ze gevoelige informatie uit een rapport niet openbaar had gemaakt. Dat was in mijn ogen nog wel iemand die hoop gaf met haar boodschap over nieuw leiderschap.

De inspiratie die je hebt kunnen opdoen met de Paasboodschap kan zo weer verdwenen zijn. Toch wil ik blijven geloven in het mensbeeld dat de mystici ons leren: God/het goddelijke kan doorbreken bij de mens die zijn of haar eigenmachtige ‘ik’ loslaat. Je zou willen dat God wat meer druk uitoefent op de mens om zich aan Hem/Haar over te geven. Ik denk wel eens aan de uitspraak van Gerard Reve: “Dat koninkrijk van U, wordt dat nog wat?” Ik denk dat we bij dit soort verzuchtingen de rol van God overschatten en het aandeel van de mens daarmee te klein maken.

God toelaten
‘God is daar waar je hem toelaat’, een chassidische wijsheid die ik las in het mooie boekje van Martin Buber, De weg van de mens. Dan ligt het dus aan mij om God hier en nu toe te laten. Maar dan merk ik hoe angsten en conditioneringen in mij barrières zijn om God toe te laten. Het lijkt erop dat ze ‘het doorbreken van God/Liefde’ (Wim Jansen in zijn Ongrond bijdrage van 11 april) verhinderen. Tenzij ik die angsten en conditioneringen accepteer zoals ze zijn. Bijna zoiets als je vijand liefhebben, zonder voorwaarden vooraf. Je kunt al dat gruis in je waarnemen zoals het is, zonder er over te oordelen. Dan is er een waarnemer die al die angsten en conditioneringen ziet zoals ze zijn. Dat lijkt op een God van wie ik mag zijn zoals ik ben.

De opstanding van Pasen lijkt vaak een heel langzaam proces dat een dagelijks volgehouden praktijk van meditatie en stilte vergt. Met een houding die iets weg heeft van het ‘ik laat U niet los tenzij Gij mij zegent’. Soms lijkt het toch ook alsof die opstanding in een onderdeel van een seconde gebeurt. Dat is dan het ‘zien soms even’ van Huub Oosterhuis. Wanneer het plotseling in me oplicht dat ik onderdeel ben van een veel grotere, van een oneindige Werkelijkheid. Dat zijn mooie ervaringen die pas echt realiteit worden als je een ander accepteert en ziet zoals hij of zij is, zonder te oordelen of te labelen. God wil ook in die ander toegelaten worden.

Zelfbeeld aan scherven
Hoop geeft voor mij nog het boekje Intieme vreemden van de Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe. Hij schreef dit als essay voor de maand van de filosofie. In het hoofdstukje ‘Verlies jezelf’ schrijft hij over het verlies van het zelfbeeld. Het autonome ‘ik’ is nogal dominant in onze cultuur. Dat ‘ik’ is maakbaar, denken we. We kunnen werken aan een betere versie van onszelf, we kunnen worden wie we zijn. Het zo perfect mogelijk willen realiseren van dat ‘ik’ komt echter neer op het ‘achterna hollen van je eigen schaduw’, het ligt ‘aan de basis van een pak ellende’, zo schrijft Verhaeghe. Bij steeds meer mensen wordt deze ‘maakbaarheidsballon’ doorgeprikt. Verhaeghe hoopt dat het ineenstorten van het kaartenhuisje van dit zelfbeeld ‘een collectieve bewustwording oplevert over hoe gevaarlijk en ziekmakend de ons voorgehouden ideale identiteit wel was’.

Als je zelfbeeld zo aan scherven ligt, kun je je ‘versie van een klassieke boeddhistische wijsheid ontdekken: dat er niet zoiets bestaat als een vaststaand uniek ik’. Daarna kunnen we volgens Verhaeghe “eigen keuzes maken, èchte keuzes, in het volle besef dat wij onderdeel zijn van een dynamisch geheel dat ouder is dan de mens en zich uitstrekt over het universum. Dat dynamisch geheel begint bij de ander”. Hier ontmoeten de psychiatrie en de mystiek elkaar, zo komt het me voor.

Te raap voor God
Het is natuurlijk niet zo fraai om te hopen op de ellende van een ander, doordat het kaartenhuisje van zijn zelfbeeld ineenstort. Maar dan ‘ligt hij te raap voor God’, zeg ik met de theoloog Kuitert. Het volle besef dat we allen deel uitmaken van een dynamisch geheel zou dan kunnen leiden tot een soort opstanding, hoop ik met Verhaeghe. Maar het zal nog wel vele Paasvieringen vergen voordat het tot zo’n opstanding komt, vrees ik.

Over de auteur
Wim Davidse was werkzaam als projectleider/onderzoeker bij een economisch instituut en is auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici.

(Visited 94 times, 1 visits today)
Sluiten