Teksten uit verschillende levensbeschouwingen kunnen belangrijk zijn, in het wijzen van de weg om het wezenlijke, het goddelijke te ontsluieren. En als donderslag bij heldere hemel kan één enkele tekst soms openen voor onmiddellijk innerlijk besef en weerklank.
Door: Eddy Karrenbelt
Eén van die teksten was voor mij de volgende:
‘Als je het goddelijke leert kennen zoals het werkelijk is, dan zul je ontdekken dat het goddelijke niets weet, omdat het altijd werkelijk één geheel is, waarbuiten niets bestaat wat valt te kennen.’
Als je één bent, wat betekent dat je één bent met een ander en alles, valt er niets meer te weten. Wanneer het ware zelfinzicht innerlijk oprijst, is er alomtegenwoordigheid, en openbaart zich het zelf-stralende, allesdoordringende Ene.
Onvoorstelbaar, onuitsprekelijk en onbeschrijfelijk.
Niettemin zijn er woorden aan gegeven, zoals door de Indiase spirituele wijze Ramana:
‘Het Zelf is de Stralendheid zelf, die licht en duisternis omvat en te boven gaat.
Met je denken moet je daar niet proberen te komen. Alle verbeelding erover zal uitlopen op gebondenheid, terwijl het Zelf spontaan straalt als het Absolute. Of anders gezegd: in het midden van de holte van het Hart (midden van de borst) manifesteert het Absolute zich direct als het Zelf. Wat heb je eraan om kennis te hebben over allerlei zaken als je niet het Zelf kent? Wat valt er voor iemand die het Zelf kent overigens nog te kennen?
Als je in jezelf het Zelf verwezenlijkt, dat het Enige uit zichzelf lichtende Ene is in de ontelbare zelven, word je van binnenuit door het Licht van het Zelf doorstraald.
Dit is het werkelijk ontvouwen van genade. Daarom: wees stil, laat je mond en ook je lichaam en geest zwijgen. Dan gaat het uit zichzelf stralende open. Alle angst verdwijnt. Dit is het uiteindelijke en altijd-aanwezige Ervaren. Dit is de oneindige zee van gelukzaligheid.’
En ook door de Spaanse katholieke mysticus en dichter Johannes van het Kruis:
‘Ik drong binnen, waar ik niet wist, en bevond me in een niet-weten, alle weten overstijgend.’
‘Om te geraken tot het smaken van alles, heb smaak in niets.
Om te geraken tot het weten van alles, wil niets weten.
Om te geraken tot het bezit van alles, wil niets bezitten.
Om te geraken tot alles zijn, wees niets.
Om te geraken tot wat ge nog niet smaakt, moet ge gaan langs de weg van het niet-smaken.
Om te geraken tot wat ge nog niet weet, moet ge gaan langs de weg van het niet-weten.
Om te geraken tot het bezit van wat ge nog niet hebt, moet ge gaan langs de weg van het niet-bezitten.
Om te geraken tot wat ge nog niet zijt, moet ge gaan langs de weg van het niet-zijn.
Als ge bij iets blijft stilstaan, werpt ge u niet met hart en ziel op het Al.
Om heel en al tot het Al te komen, moet ge u van alles ontdoen omwille van het Al.
Als ge eenmaal helemaal tot het bezit komt van het Al, moet ge het vasthouden zonder iets anders te willen.’
En het laatste couplet van zijn gedicht: ‘Levende vlam van liefde’.
Hoe zacht en hoe vol liefde
ontwaakt Gij in mijn boezem,
waar Gij in het geheim, alleen, verblijf houdt;
en door uw heerlijk aadmen,
vol welzijn en vol luister,
wekt Gij, hoe teder en hoe fijn, mijn liefde!
De taoïst Zhuang ZI sprak over de allerhoogste mens, die zijn geest terugleidt naar daar waar geen begin is, en slaapt in zoete rust in het land van niemendal.
‘Als je niet vastzit, dan openbaren de dingen zich vanzelf aan je. Als ons hart, beweegt is het als stromend water, door stil te zijn wordt het als een spiegel: Het weerkaatst alles als een echo. Eerst is alles chaotisch en onzichtbaar, dan komt de stilte en wordt alles helder.’
Ik sluit af met een gedicht:
Dat wat in zichzelf stralend is
je bent vorm, noch naam
niet het lichaam, noch de zintuigen
niet de geest
noch het denken, voelen, willen
onwetendheid, noch kennis
het Ene, zonder tweede
je bent object, noch subject
binnen, noch buiten
tijd, noch ruimte
het goede, noch het kwade
liefhebbend, noch haatdragend
de allerhoogste vrede
je bent doener, noch genieter
handeling, noch verandering
alles verschijnt en
verdwijnt in jou
zelf blijf je onaangetast
stil en vrij
je bent onbegrensd
onaantastbaar
ondeelbaar
bestaan, noch niet-bestaan
Zijn, noch niet-Zijn
één met mij
je bent ongebonden, noch bevrijd
het goddelijke
wezenlijke
eeuwig aanwezige
altijd volledig vervulde
absoluut geluk
je bent het onvoorstelbare
onuitsprekelijke, onbeschrijfelijke
ongeborene
de gelijkmoedige getuige
van licht én duisternis
en bovenal zonneklaar
dat wat in zichzelf stralend is
Als het wezenlijke, het goddelijke, zich openbaart, ga je erin op. Het ‘ik’ bestaat dan niet meer. Het wezenlijke is onpersoonlijk en in zichzelf stralend.
Over de auteur
Eddy Karrenbelt heeft reeds geruime tijd een coach praktijk. Daarnaast schrijft hij liedjes en gedichten en treedt hiermee op. Hij heeft daarnaast ruime ervaring in leidinggeven. Dit vanuit een brede achtergrond: van binnenstedelijke projectontwikkeling en beheer openbare ruimte tot werk en inkomen en het brede sociale domein. Zijn inspiratie vindt hij in de mystiek. Voor meer info: www.praktijkvoorbewustwording.com.






