Geschreven door 18:16 Verdieping • Een reactie

Het kwaad in de wereld volgens Carl Jung

Het kwaad lijkt momenteel aan de winnende hand te zijn. Poetin is opnieuw met een schijnbare grote meerderheid herkozen. Dankzij een grootschalige fraude, maar niet weinig Russen lijken hem toch wel te waarderen vanwege welvaart en stabiliteit die hij in hun ogen heeft gebracht. Trump heeft goede kansen om in november te worden herkozen en rechts-radicalen breiden hun invloed in Europa uit.

Door: Wim Davidse | foto: Pixabay

Waarom benoem ik dit als het kwaad? Omdat in die gevallen macht, materialisme en behoefte aan veiligheid voor de eigen groep voorop staan. Daarbij zijn er ook steeds vijanden: leden van de oppositie, andersdenkenden, in het bijzonder aanhangers van de Islam en de linkse elite, klimaatdrammers en asielzoekers. Het verspreiden van valse informatie hoort hierbij, feiten zijn ondergeschikt aan eigen (voor)oordelen en emoties.

Bas Heijne heeft dit machts- en groepsdenken aan de kaak gesteld in zijn boekje Over nationalisme. Hij heeft zijn tekst hierin gebaseerd op George Orwell, die al in 1945 waarschuwde voor de gevaren van het nationalisme.

Het kwaad in jezelf
In vroeger tijden sprak men over de theodicee, hoe is het bestaan van een almachtige God te rijmen met het kwaad in de wereld? Met de holocaust is dit vraagstuk onoplosbaar geworden. De almachtige God is uit het zicht verdwenen. Voor mij openbaarde God zich gedurende de Tweede Wereldoorlog in personen als Etty Hillesum. Zij kon een Duitse soldaat als een mens zien en ze was iemand die in kamp Westerbork “pleisters plakte op vele wonden”.

Het Godsbeeld van Etty Hillesum brengt mij bij Carl Jung. Die schreef in 1959 over het ‘heel’ worden van de mens in het stuk Het kwaad in de huidige wereld. De macht van het kwaad zag hij toen in het nationaal-socialisme en het bolsjewisme. Ik las dit artikel in het boek Ontmoeting met je schaduw. Een rijk boek waarover ik al eerder schreef in mijn januari bijdrage voor deze website.

Jung stelt in dit artikel goed en kwaad niet tegenover elkaar, maar ziet beiden als deel van een paradoxaal geheel. Goed en kwaad verliezen dan hun absoluut karakter en we moeten er ons op bezinnen dat beiden een oordeel inhouden. Bij Jung gaat het er dan niet om een morele, ethische code te volgen, maar om de ethische beslissing over te laten aan het individu. Het individu is echter meestal zo onbewust dat “hij zijn eigen vermogen tot het nemen van beslissingen niet eens kent. Vandaar dat hij voortdurend angstig op zoek is naar uiterlijke regels en wetten waaraan hij zich in zijn verbijstering kan vastklampen”.

Jung vervolgt dan met: “Wie een antwoord zoekt op het probleem van het kwaad in de wereld heeft dus in de eerste plaats een grondige zelfkennis nodig, dat wil zeggen een zo grondig mogelijk inzicht in zijn totaliteit.” Hij bedoelt hiermee dat je ook het kwaad in jezelf, je schaduw, moet leren kennen en moet inzien hoe je instincten vaak je beslissingen leiden.

De christelijke mythe
In vervolg op pleidooi voor zelfkennis zegt Jung iets over de mythe van het christendom: “Wat betreft de christelijke volkeren: hun christendom is ingeslapen en heeft verzuimd in de loop der eeuwen verder te bouwen aan zijn mythe.” En dan noemt Jung onder andere Meister Eckhart en Jacob Boehme als degenen die verder hebben gebouwd aan deze mythe. En wel door “de zelfverwerkelijking van God in mensengedaante”.
Dat is het idee van ‘het Christus in ons’, dat al in de oertijd van het christendom was ontstaan. “Zo drong de onbewuste totaliteit het psychische domein van de innerlijke ervaring binnen en gaf de mens een vermoeden van zijn totale gestalte”, aldus Jung.

‘Heel’ worden als mens
‘Christus in ons’, dat is dan de mens die ‘heel’ is en goed en kwaad in zichzelf heeft onderkend en geïntegreerd, zo maak ik op uit Jung’s visie.
Etty Hillesum is dan voor mij het voorbeeld van zo’n mens.
Er is dan wel een transformatie proces nodig om ‘heel’ te worden, zoals ook Etty Hillesum laat zien. Ze wilde niet “eigenmachtig en willekeurig dit van het leven wel aanvaarden en iets anders niet, want dan is het niet meer een geheel”.

Als we om ons heen kijken zien we gelukkig niet zo weinig mensen die min of meer zo’n transformatieproces doormaken. Via psychotherapie, yoga, zen(meditatie), een cursus familieopstellingen, het gaan van een mystieke weg, enzovoort.
Het hangt niet alleen van het christendom af of mensen tot zelfkennis komen en ‘heel’ worden. Misschien wordt de christelijke mythe zoals Jung bedoelt, nu vooral buiten het officiële christendom voortgezet.

Maar ik denk dat een uitspraak van Jung uit 1959 helaas nog steeds kan worden herhaald:
“Over het algemeen is men nog hopeloos ver verwijderd van een dergelijke graad van zelfkennis’. Met die graad van zelfkennis bedoelt Jung dan ‘inzicht in zijn eigen totaliteit’ of om het in christelijke termen te zeggen: ‘het deelachtig worden van de filatio, het kindschap Gods.”

Pasen brengt me er dan toch toe om dat wordt ‘hopeloos’ van Jung door te strepen en te geloven dat het kwaad uiteindelijk niet het laatste woord heeft.

Over de auteur
Wim Davidse was werkzaam als projectleider/onderzoeker bij een economisch instituut en is auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici.

(Visited 137 times, 1 visits today)
Sluiten