Written by 17:37 Actueel

‘Wim en ik waren elkaars redder’

Eind maart vorig jaar overleed theoloog, schrijver en dichter Wim Jansen op 74-jarige leeftijd. De laatste jaren van zijn leven schreef hij nog zeker vijf boeken en honderden columns en artikelen. Een week voor zijn overlijden schreef hij zijn laatste column voor deze website. Binnenkort verschijnt bij Bureau Intermonde Het licht waarin wij samen lagen van zijn vrouw Eliane: een ode aan haar geliefde over hun leven samen en over de ontwikkeling die ze hebben doorgemaakt. Waarom wilde ze dit boek schrijven en

Door: Greco Idema

Hoe gaat het met je?
“Op af en toe wat lichamelijke ongemakjes na gaat het wel goed met mij. Ik heb vier geweldige kinderen, acht heerlijke kleinkinderen en een aantal lieve andere mensen om mij heen. Zij houden mij in het leven. Waren zij er niet dan zou ik geneigd zijn me volledig terug te trekken in een kluizenaarsbestaan. Het gemis van mijn geliefde blijft een gat in mijn hart. Ik ben niet meer heel, dat verandert niet.”

Binnenkort verschijnt je boek over jouw leven met Wim. Waarom wilde je dit boek schrijven?
“Op het laatst van zijn leven vroeg Wim mij of ik als hij er niet meer was ook een boek over hem zou schrijven. Hij bracht het als een grapje, maar de ondertoon was duidelijk. Hij had immers in al zijn boeken vol enthousiasme en liefde geschreven over mij en over onze onlosmakelijke verbondenheid met elkaar.
Mezelf kennende gunde ik hem dat eerbetoon van harte, maar aangezien ik mezelf ken, dacht ik dat er niet veel van terecht zou komen. Ik wist ten eerste niet of ik het zou kunnen – al bezwoer hij me van wel – en ten tweede heb ik altijd een stok achter de deur nodig, anders gebeurt er niets. Ik liet hem dus in het ongewisse. Het bleef wel in mijn achterhoofd zitten, ik kwam er niet los van.

Ik denk dat Wim mij vanaf de plek waar hij zich nu bevindt zachtjes met een denkbeeldige stok in mijn rug bleef porren tot ik de stap eindelijk durfde te zetten. Na maanden was ik zover dat ik de eerste woorden op mijn laptop kon zetten en toen was ik ook verkocht. Ik had geen stok achter de deur meer nodig, ik kon niet wachten om verder te schrijven. Ik zag wel wat ervan kwam. Als het alleen een documentje zou worden voor mezelf, de kinderen en de kleinkinderen was het ook goed.

Maar, Greco, jij hebt het gelezen en vond het de moeite waard om er een boek van te maken. Waarvoor heel veel dank. Ik hoop dat Wim het nog meekrijgt hoe dan ook.”

Hoe kijk je terug op het schrijfproces?
“Toen ik eenmaal begon te schrijven, kostte het me niet zoveel moeite om de woorden te vinden. Ik wilde het zo goed mogelijk doen en las alles wat ik eerder geschreven had altijd nog even door voordat ik verder ging. Dan was er elke keer nog wel iets wat ik wilde veranderen. Een van mijn zoons las ook mee en gaf af en toe wat commentaar. De mooiste momenten beleefde ik als ik over onze liefde kon schrijven en over al het goede dat we samen gehad hebben. Ook hadden de gevoelens van een zekere trots de overhand als ik schreef over alles wat Wim betekende voor de mensen met wie hij te maken had.”

Jullie liefde voor elkaar vormt het hart van het boek. Jullie huwelijk leek ‘voorbestemd’ heb ik vaak gedacht. Mee eens?
“Daar ben ik het zeker mee eens. We zeiden het dikwijls tegen elkaar: ‘Het heeft zo moeten zijn, wij zijn gewoon voor elkaar gemaakt!’ In onze jeugd hadden we allebei het gevoel dat er niemand was die ons begreep. We dachten over alle essentiële dingen hetzelfde. We schreven allebei gedichten, al vond ik die van Wim veel diepzinniger dan die van mij.

In onze verkeringstijd, die ook een periode min of meer uit is geweest, moesten we behoorlijk stevige stormen doorstaan, maar toen die geluwd waren, was onze verbondenheid onverbrekelijk. Nu we hier doorheen waren gegaan konden we alles aan.

Onze liefde werd alleen maar sterker. We waren elkaars redder. Doordat ik bij Wim mezelf kon zijn en hij heel doortastend was, gaf hij me beetje bij beetje meer zelfvertrouwen, het gevoel dat ik er mocht zijn. Op zijn beurt kon Wim bij mij ook zichzelf zijn, al zijn ideeën spuien, rust vinden bij mij. Van het begin af aan voelden we ons één ziel.”

Wim heeft in zijn boeken heel veel over jou geschreven, zelfs een dichtbundel ‘Eliane’ gemaakt. Welke woorden, zinnen zijn je nu het meest dierbaar?
“Ja, die dichtbundel. Een grotere eer kun je niet krijgen van je geliefde. Wim had door alle jaren heen veel gedichten over mij en onze liefde geschreven. Voor hij doodging wilde hij de mooiste gedichten verzamelen en er een bundel van maken, dat vond hij de kers op de taart. Dat is gelukt en het is een prachtig document geworden. Ik vond het wel moeilijk om op die manier in de belangstelling te staan. Ik dacht dat niemand zou geloven dat onze liefde na meer dan vijftig jaar nog zo volkomen zou zijn. En inderdaad waren die mensen er. Enkele andere echtparen vonden het een voorbeeld voor hun eigen liefdesrelatie.

De liefde heeft sowieso centraal gestaan in al zijn boeken. En hij vond dat hij die alleen op die manier kon uitdragen door de diepe liefde die wij samen hadden. Hij kon dan ook niet nalaten om die in elk werk te noemen. De tederheid die uit veel gedichten spreekt, maar ook de ongeremde zinnelijke lust, het verlangen naar elkaar, de onvoorwaardelijke liefde, dus eigenlijk alle gedichten zijn mij het meest dierbaar. Maar de woorden in het gedicht Wees maar niet bang, het allerlaatste gedicht in de bundel, bewegen me nog altijd tot tranen toe: ‘Ik heb je zo ontzettend lief’.

Wat weinig mensen weten is dat je je altijd intensief met Wims schrijfwerk hebt beziggehouden. Kun je daar iets over vertellen?
“Wim was altijd aan het schrijven. Van jongs af aan schreef hij al gedichten. Als puber heeft hij zelfs een cursus korte verhalen schrijven gevolgd. Toen kende ik hem nog niet. Maar vanaf het moment dat we samen waren liet hij me alles lezen. Eerst ingezonden stukjes in de krant, overdenkingen in Hervormd Zeeuws-Vlaanderen en later overdenkingen en nog later zijn boeken en columns, niets werd definitief voor ik het gelezen had en wij er samen over gesproken hadden. Hij had precies in zijn hoofd wat hij schrijven wilde, maar had toch mijn ‘goedkeuring’ nodig.

Wij ontwikkelden ons van orthodox tot uiteindelijk vrijzinnig. Vooral in die laatste periode nam Wim steeds meer de vrijheid om op een geheel eigen manier de erediensten in te vullen en bijvoorbeeld gebruik te maken van een of meer niet bijbelse lezingen en als opstapje naar de overdenking een zelf geschreven dierenverhaal. Bovendien liet hij in bijna iedere dienst een regulier poplied horen dat bij het thema paste. Aan onderwerpen geen gebrek, het leek wel alsof ze hem kwamen aanwaaien of ‘ingegeven werden door een hogere macht’. Ze bleken altijd een schot in de roos. We vonden het ontzettend leuk om lezingen en popliederen bij het thema te zoeken en een geschikt dier waarover een verhaal verteld kon worden. Zo kwamen we samen op de mooiste ideeën waaruit Wim een waar kunstwerk schiep.”

Je bent na het overlijden van Wim veel in zijn boeken gaan lezen. Doe je dit nog steeds? 
“Het was voor mij enorm moeilijk om nog naar de kerk te gaan. Ik vond er niet meer wat ik zocht. Nee, want Wim stond niet meer achter die katheder, de inspiratiebron was weg. Nu hadden we al steeds tegen elkaar gezegd dat als Wim niet meer voor zou gaan, wij beiden niet meer naar de kerk zouden gaan. Misschien was het hoogmoed, maar Wim vond het er ook niet meer. Alleen als hij zelf voor mocht gaan. Dan gaf hij ook zijn hele ziel en zaligheid. Dat merkten de mensen ook wel.

Toen mijn geliefde opgegaan was in het licht, zoals hij het zelf gezegd had, wilde ik toch niet helemaal ‘van God los’ zijn. Vanaf de dag na de begrafenis ben ik elke morgen begonnen met het lezen van enkele bladzijden in een van Wims boeken. Omdat hij dertig boeken geschreven had en ik lang niet alles meer kon terughalen ben ik bewust met boek één begonnen. Het mooie is dat ik weer zag hoe we vijftig jaar geleden over het leven dachten en over alles wat met geloven te maken had. De hele ontwikkeling van orthodox naar vrijzinnig, de logica ervan. Elke mogelijkheid, elk idee moest hij hebben beproefd voordat hij het kon inwisselen voor iets nieuws. En dan ging hij daar ook weer helemaal voor. Ik las weer over het omgaan met de dood, na het overlijden van zijn beste vriend en later van zijn moeder. Maar ook de ontroerende en grappige verhalen van zijn jeugd. Over elke ziekte die hem tot geestelijke groei bracht. Omdat hij zelf zoveel had doorgemaakt kon hij ook een eindeloos begrip opbrengen voor anderen.

Na ruim een jaar heb ik het hele oeuvre gelezen en ik verwonder me er nog steeds over hoe goed en duidelijk hij alles heeft verwoord. Ik ben van plan om zijn columns terug te lezen en misschien maak ik daar wel een keuze uit en verwerk het in een boek.”

Ik weet van Wim dat hij het wel eens moeilijk vond dat hij relatief weinig erkenning kreeg voor zijn schrijfwerk. Hoe kijk jij hier tegenaan?
“Als je zijn boeken leest en zijn diensten beluistert, moet je wel tot de conclusie komen dat het een interessant en vernieuwend gedachtegoed betreft. Mensen die er kennis van hebben genomen waren (en zijn nog steeds) laaiend enthousiast. Maar we wonen in Zeeland. Zeeland is nog steeds het ondergeschoven kindje van Nederland. Het gros van de jeugd hier denkt ook dat Amsterdam het Walhalla is en dat het daar allemaal gebeurt. En helaas laten de inwoners van die stad dat zich maar al te graag welgevallen.

Wim was een boerenzoon, bescheiden en wars van veel geschreeuw en weinig wol. Hij vond het ook gênant om de aandacht al te zeer op zichzelf te vestigen. Maar als er dan weer eens met veel poeha een artikel over een ‘heel vernieuwend’ onderwerp in de krant verscheen van een Randstedelijke theoloog, kon hij verontwaardigd zeggen: ‘Hier is niets nieuws aan, ik beweer dit al jaren, maar naar mij wordt niet geluisterd!’ Dus ja, ik begrijp het wel. Toch kon ik hem ervan overtuigen dat zijn gedachtegoed veel betekent voor de mensen die het kennen. En al is er maar één mens die je ermee kunt helpen, dan is je missie al geslaagd. Hij kon niet anders dan het daarmee eens zijn.”

De glans van het leven is er wel af, zei je kort na het overlijden van Wim. Zie je dit nog steeds zo?
“Ja, die ultieme glans zal nooit meer terugkomen. We deden bijna alles samen, we hadden een gevuld bestaan. We zagen dezelfde mooie luchten en het licht boven de Westerschelde. We konden samen overal over praten, we aanbaden elkaars lichaam, we hielden van samen koken en eten, we hadden hetzelfde gevoel voor humor en hadden aan een half woord genoeg. Kortom, we waren elkaars grote liefde. Daar kan geen vervanging voor zijn.

Maar ik heb zoveel gehad om dankbaar voor te zijn. Kijk naar ons prachtige nageslacht, wat een rijkdom! En we hebben meer dan vijftig mooie jaren samen gehad. Dus ik klaag niet en kan zeggen dat ik met dat besef toch nog wel glans kan ervaren.”

Wim schreef gemiddeld een boek per jaar. Ben je dit ook van plan of…?
“Wim was altijd geïnspireerd. Hij was een schrijver pur sang. Hij moest schrijven, het was bijna een verslaving. Regelmatig besloot hij om te stoppen met schrijven. Dan was ik benieuwd hoe lang het zou duren alvorens hij zijn laptop weer zou openen. Dat duurde nooit lang. Er kwam altijd wel iets belangrijks voorbij waarover hij toch iets moest schrijven.

Wim probeerde mij altijd te stimuleren om te gaan schrijven. Hij zei dat ik het kon. Maar ik was niet overtuigd van mezelf en stelde het steeds uit. Uiteindelijk heb ik samen met mijn broer Meisje met barst geschreven, over de bizarre jeugd van onze moeder. Later heb ik samen met Wim Twee zwervers verliefd geschreven. Om de beurt een hoofdstuk over ons leven samen. En nu Het licht waarin wij samen lagen, een ode aan mijn geliefde over ons leven samen en over de ontwikkeling die we hebben doorgemaakt. De titel van het boek heb ik ontleend aan een gedicht van Wim, Vannacht. Licht heeft altijd een grote rol gespeeld in zijn gedichten. Maar nee, ik denk niet dat ik hem ga evenaren. Ik vond het heel fijn om dit boek te schrijven, maar ik vrees dat het hierbij zal blijven.
____

Boekgegevens
Eliane Jansen-de Boevere
Het licht waarin wij samen lagen
Bureau Intermonde, 186 blz., € 22,50
Te bestellen via: g.idema@intermonde.nl

Greco Idema is hoofdredacteur van Ongrond

(Visited 1 times, 1 visits today)
Close