Geschreven door 11:55 slider, Verdieping • Een reactie

Een ongrond van liefde

Het wordt lente, maar die tere kleuren en geuren staan zo in schril contrast tot het wereldgebeuren dat het pijn doet. Chaos alom. Zo verzucht ook hoogleraar ethiek Frits de Lange in zijn column in Volzin (maart 2022): We moeten leven zonder fundament. Toch denk ik dat er meer fundament is en meer God dan op het eerste gezicht lijkt.  

Door: Wim Jansen | Foto: Pixabay

De Lange maakte op Kreta een lichte aardbeving mee, maar het was genoeg om als filosofische wake-up-call te dienen en ook het laatste restje geloof in een betrouwbare wereldorde onderuit te halen. Hij citeert de filosoof Connoly met diens uitdrukking: we leven in ‘a bumpy universe’. Het universum is een turbulente botsbaan. Ook een voorzienige God als ‘een vaste grond’ kunnen we vergeten. 

Ik moet denken aan een overdenking van een collega-predikant tijdens een retraite. Met enkele psalmteksten prees hij de orde in de schepping, het veilige wonen op deze minuscule planeet in het heelal… Een andere collega reageerde furieus: ‘Hoe kun je dit nou zeggen? Ga dat eens uitleggen aan de duizenden slachtoffers van die tsunami!’ 

Niet de enige werkelijkheid
Het klopt, de verontwaardiging van die laatste collega. Niks veilig wonen. Het universum is verre van betrouwbaar. Het behoort zeker tot onze werkelijkheid dat we moeten leven zonder fundament. Maar het is niet de enige werkelijkheid: er zijn wel degelijk wetmatigheden. Je zou zelfs dat ontbreken van een fundament en de onbetrouwbaarheid van het universum tot zo’n wetmatigheid kunnen rekenen. Op deze wijze: het is zeker dat er niets zeker is.
Ons fundament is dat we moeten leven zonder fundament. 

Daarnaast zie je soms toch ook wonderen van precisie, die overeind blijven dwars door verwoestende omstandigheden heen. Bewustzijn is zo’n wonder. En dat er altijd weer leven ontstaat. Er is geen fundament, nee, we donderen telkens door onze bodems heen, maar ergens in de diepte lijkt ons toch een ‘grond’ te wachten. Omdat de ervaring daarvan altijd iets paradoxaals heeft, kunnen we misschien beter spreken van ‘ongrond’ – de naam van deze fraaie site.

Zo’n paradoxale wetmatigheid is ook dat de natuur in de disbalans altijd weer een balans vindt, zelfs al weten wij haar nog zo te verpesten. Dat de aarde nu terug lijkt te slaan in de gevolgen van de opwarming is daar een voorbeeld van. Het zal zich op een of andere manier herschikken.
In die zin hebben natuurrampen altijd gelijk. In het Duits klinkt het verhelderend: dass es Recht hat. Er moest een evenwicht hersteld. Iets eist z’n recht op.

Ik beschouw dat als rustgevend en een grote troost. Er gaat een weldadige sereniteit van uit dat, als de mens de boel in het honderd laat lopen, het universum een nieuw evenwicht vindt. Desnoods zonder de mens. Wel zo rustig…  

Niet de laatste werkelijkheid
Moeten leven zonder fundament… Het is niet de enige werkelijkheid. Het is ook niet de laatste werkelijkheid. Na de constatering dat we weer door het ijs zijn gezakt valt ons soms een nieuw inzicht toe. Het inzicht, dat het hierom gaat. Soms, midden in de crisis en op de puinhopen, overkomt het een mens dat alles op z’n plek valt in een flits van volkomen verzoening: een ‘zien, soms even’ (Oosterhuis).

Onlangs mailde een vrouw mij dat ze in een nabij-de-doodervaring een moment beleefde dat ze plotseling alles wist en begreep. Je hoort het wel vaker. Het gevoel van: aha, dus zo zit het! Het was een moment dat alles klopte, ook wat in onze beleving niet klopt. Ja, zelfs de schrijnende contrasten en de bittere raadsels…
Tot ze terug het leven in werd gezogen en ze zich alleen het moment herinnerde, maar niet de inhoud van dat moment. Wel het ‘dat’ maar niet het ‘hoe’. Ze wist nog dat ze een alles verklarend inzicht had gehad, maar wat dat inzicht dan was…?
Om gek van te worden, lijkt me, dat je er dan net weer naast grijpt. Maar het bestaat dus wel.   

Typerend is dat de vragen die een mens doorgaans heeft binnen zo’n overstijgende ervaring geen vragen meer zijn. Ze zijn niet opgelost, ze zijn er eenvoudig niet meer. Net zoals wanneer je opstijgt in een vliegtuig en je je tussen de wolken bevindt. Je hebt geen zicht meer. Dat kan vragen en angsten oproepen: je overziet de dingen niet, weet niet waar je bent et cetera – maar zodra je daar bovenuit bent bevind je je in het licht en zijn, met jouw wisseling van positie, de vragen en de angsten verdwenen.
Zij waren alleen vragen en angsten binnen dat oude perspectief.

Dat oude perspectief – of liever: het ontbreken van perspectief – is wel een werkelijkheid, maar niet de laatste. Het doet denken aan het aloude beeld van het borduurwerk, dat ik als scholier ooit in een boek van Felix Timmermans tegenkwam. Van onder af lijkt het broddelwerk, vanboven af zie je een harmonische compositie. Het hangt er van af waar je je bevindt.

En nu moet het hoge woord er maar uit: vanuit ons perspectief zien wij meestal alleen het broddelwerk – geen fundament – maar vanuit het perspectief van God, in een volkomen ander licht dan we gewend zijn, zien we het borduurwerk.  

Hoezo geen fundament?
Ik denk dat dit het licht is van de volkomen liefde. Nou nee, ik denk het niet, ik ervaar het. Onder mijn broze bestaan, waaronder veel oude fundamenten zijn weggevallen, zie ik in de diepte wel degelijk een ‘ongrond’ van liefde schemeren – en vaak zelfs oplichten.
Indrukwekkender is het verhaal van M. Niermeijer, krijgsgevangene aan de Burmaspoorlijn. Het speelt zich af in, zoals duidelijk zal zijn, een situatie zonder enig fundament. Hij begint met te vertellen over zijn verbijstering ‘dat mensen dit elkaar aandoen’ maar dat hij ‘toch geen haat voelde tegen de Japanner die hem sloeg’.
Hoe dat kan bestaan wordt misschien duidelijk uit het vervolg, waarin hij vertelt hoe hij ‘tot niets gereduceerd tegen een boom stond aangeleund en de schoonheid van het oerwoud waarnam’:   

‘…plotseling werd ik opgenomen in het heelal. Reisde werkelijk door het melkwegstelsel. Voordat ik het me realiseerde was ik er. Al die andere atomen, al die andere mensen zijn ook ikjes, ik hoor daarbij, ik ben een van die systeempjes.
Op een gegeven moment floepte ik met een ongelofelijke sprong in een situatie dat al die ikjes verdwenen. We waren één. Eén wit licht was er, je werd geabsorbeerd. […]
Er kwam een verschrikkelijk, overweldigend, onbeschrijflijk gevoel van geluk, volledig onbeschrijflijk. De ‘lijm’ van alles om me heen was liefde, pure liefde.’

Hoezo geen fundament?

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, met name aan de Hogeschool Zeeland. Afgelopen zomer verscheen zijn boek Brandend verlangen. Voor meer info: www.wimjansen.nu.

(Visited 379 times, 1 visits today)
Sluiten