Mystieke ervaringen fascineren me steeds weer. Ze geven een inkijkje in een andere wereld, die toch ook weer nauw verbonden is met onze alledaagse werkelijkheid. In dit artikel wil ik stilstaan bij de verscheidenheid van die ervaringen.
Door: Wim Davidse | foto: Pixabay
Marije Hage
In Ik roep Je naam, recent verschenen bij Uitgeverij Volzin, beschrijft Marije Hage (in een briefwisseling met Theo Hettema) een mystieke ervaring die haar ineens overkwam. Ze was al jaren predikant ‘met liefde, met weerstand, met twijfel, met vragen, zoekend…’ Ze dacht ‘alle schakeringen van emoties over dit bijzondere vak wel gehad te hebben’.
Tijdens die ervaring voelde ze zich ‘aangeraakt’, haar ‘hele hart opende zich, ze werd één groot kloppend hart’.
Ze ervoer ‘een diepe vrede en vreugde’ die ze niet eerder kende. Ze omschrijft het als ‘Ik viel in Christus’. Christus werd voor haar ‘plotseling een levende en liefhebbende realiteit’. Dat was voor haar onverwacht want ze was nooit zo Jezus-achtig.
Het woord ‘overgave’ werd voor haar belangrijk. Ze ging dagelijks knielen als uiting van die overgave.
Maar na een tijdje werd ze weer degene die ze was voor die topervaring, met al haar ‘mooie kanten en controledwang, disciplinegebrek, verveling en neuroses’. Toch blijft voor haar ‘de uitnodiging om dat leven te zien in/vanuit dat perspectief van de Liefde’.
Willemijn Dicke
In het boek De sjamaan en ik, dat in 2019 uitkwam, beschrijft Willemijn Dicke een mystieke ervaring die haar overkwam tijdens een fietstocht in een polder bij Rotterdam. Die ervaring kwam niet helemaal uit de lucht vallen want ze was een zoektocht gestart nadat ze haar leven ‘dof, mat en zinloos’ had gevonden. Ze was toen negenendertig jaar. Ze schrijft over die ervaring:
‘Opeens los ik op. Zonder voorteken of waarschuwing is alles plotseling vloeibaar. De bomen, de bladeren, het zonlicht, het zandpad, de lucht en ik. Alles wiegt en vervloeit in elkaar. Ik ben geheel opgegaan in de natuur, in alles.’
En verder:
‘Ik ben in een bad van probleemloze gelukzaligheid beland, waarbij het onderscheid tussen mij en het badwater is verdwenen. Het hele universum is als een warme deken om mij heen gewikkeld. Of nee, ik bén die warme deken.’
Zo onverwachts als ze in dat moment werd getrokken, gleed ze er weer uit. Via de mystieke literatuur, speciaal een tekst van Kick Bras, begreep ze dat haar een eenheidservaring was overkomen.
Deze mystieke ervaring smaakte naar meer en daarom ging ze allerlei spirituele cursussen doen. Maar dat leverde niets op.
De mystiek trok haar toch weer. Ze besloot een cursus te gaan volgen bij de Dominicaanse pater Leo de Jong, om die geheimzinnige mystieke taal beter te kunnen begrijpen. Hij zei in een persoonlijk gesprek tegen Willemijn dat ze teveel op zoek was naar een nieuwe mystieke ervaring.
En verder: ‘Zo’n mystieke ervaring kun je zien als slagroom. Heel erg lekker. Maar louter en alleen op slagroom kun je niet leven. Je hebt ook een bruine boterhamnodig.’
Het kostte haar geruime tijd om tevreden te zijn met die gewone bruine boterham.
Ze gaat toch minder zoeken, wordt ‘goeroemoe’ zoals ze zelf schrijft. Meister Eckhart geeft haar bij een retraite nog een duwtje in de goede richting: ‘Dit leven, hier en nu, met alle gebeurtenissen (dus niet de gunstige wel en de nadelige niet) is het beste wat ons kan overkomen’.
Aaldert Wapstra
Een mooie beschrijving van een mystieke ervaring trof ik aan in het boek Wat is God van Ton de Kok. Hij schreef dit als docent godsdienstfilosofie aan een middelbare school.
Zijn boek is een bundel interviews met kunstenaars en wetenschappers. Eén ervan is Aaldert Wapstra (1922-2006). Wapstra was kernfysicus en mede grondlegger van de deeltjesversneller in CERN, het instituut voor kernonderzoek in de buurt van Geneve.
Wapstra mediteerde regelmatig. Hij vertelde aan Ton de Kok dat hij enkele malen in zijn leven mystieke ervaringen had gehad. Over één ervan vertelde hij:
‘Ik kreeg een heel merkwaardig en overweldigend gevoel van een almacht, van een elke ervaring overtreffende intensiteit die ik niet anders kan beschrijven als contact met het goddelijke.’
En verder:
‘Ik wist ineens wat God was. God is overal om ons heen. Het overkomt me soms, ‘s avonds, reflecterend onder een glas wijn, dat ‘het’ me overvalt. Ik voel dan: God is daar, en daar, en God is in mij. Ik voel me dan niet de zoon van God, maar ik ben God!’
Na dat verteld te hebben aan de Kok geneerde Wapstra zich een beetje voor deze intieme mystieke ontboezeming. Zijn collega’s zouden dat wel erg gek vinden, maar Einstein zou het wel begrijpen, zei hij.
Stil zitten
Ik vind de relativering van mystieke ervaringen van pater Leo de Jong wel heel raak: ‘Ze zijn als slagroom, je kunt er niet van leven, daarvoor heb je ook een bruine boterham nodig’. Tegen Willemijn Dicke zei hij nog:
‘Je kunt overwegen om nu stil te zitten, zodat je gevonden kunt worden. Steeds een poosje stil zitten en kijken wat er gebeurt.’
Misschien overkomt je dan toch ineens een mystieke ervaring.
Over de auteur
Wim Davidse was werkzaam als projectleider/onderzoeker bij een economisch instituut. Komend najaar verschijnt zijn boek De stille ruimte in ons bij Uitgeverij VOLZIN.






