Geschreven door 12:00 Opinie • 7 Reacties

Pinksteren = poten in de stront

Pinksteren is moeilijk uit te leggen. Het wordt over het algemeen als zweverig weggezet. En als iets van hoog geestelijk niveau. Abstract. Al deze kwalificaties gelden ook voor het woord mystiek. Daar ben ik eerlijk gezegd nogal klaar mee. Als er iets aards en concreet is, is dat Pinksteren. En ook dat geldt eveneens voor mystiek. De Geest is van klei en handen en voeten en hersenen. De Geest zet je met je poten in de stront.   

Door: Wim Jansen

Pinksteren is het feest van de ervaring. Pinksteren viert dat het geheim binnen bereik komt, aanraakbaar wordt, voelbaar. Dat de bron waaruit je leeft jouw dagelijkse werkelijkheid binnen komt, je hersenen doordringt, je van binnenuit verandert en je lijf in beweging zet. 

Pinksteren is ervaring. Misschien heb ik dat nog het meest geleerd van Keesje, een leerling uit de tweede klas, nu groep vier, dus zeven à acht jaar. In het eerste jaar van mijn onderwijzerschap vertelde ik het Pinksterverhaal: dat de discipelen uit hun dak gingen, dat ze helemaal in vuur en vlam stonden. Na schooltijd liep Keesje een eindje met me op en zei bij zijn afscheid: ‘Meester, ik begin het al te merken, hoor, van de heilige Geest en zo…’

Schepping
Aan diezelfde kinderen leerde ik natuurlijk ook een Pinksterlied. Tenenkrommend moeilijk maar zo ging dat toen (1973). Het was het Veni Creator van Ad den Besten, over de ‘vogel Gods’, nu Lied 680.

Dat tweede vers raakte iets in mijzelf:

Waar Gij niet zijt is het bestaan,
is alle denken, alle doen,
zo leeg en woest, zo dood als toen
gij, Geest, nog niet waart uitgegaan.   

Leeg en woest, dat refereert natuurlijk aan het scheppingsverhaal uit Genesis 1: 1. De bijbel begint er zo ongeveer mee. Het was voor het eerst dat ik dat verhaal niet historiserend las. Beetje laat misschien maar ik kom van ver. In dat lied zag ik ineens dat bijbelverhalen en christelijke feesten niet over een  historische buitenkant gaan maar over een innerlijk hier en nu. In mijn geest moet de schepping plaatsvinden. Dat is wat de Geest doet: mensen innerlijk scheppen en herscheppen. 

En leeg en woest, dat gaat niet over een prehistorische werkelijkheid maar over de wereld nu en dus over mij. Ik ben het zelf die van binnen woest en leeg is zonder God. En dood.

De Geest zweeft niet. De Geest is van ervaring van alledag. Daalt af tot in het diepste. Wordt aarde en lichaam.
De Geest staat met beide benen op de grond, wat zeg ik, met beide poten in de stront.

Poten
Zeeuws-Vlaanderen, waar ik geboren en getogen ben, is een heerlijk land. Een inderdaad Vlaams aandoend, beetje ruig gebied met veel ruimte, zowel uiterlijk als innerlijk. Leeg en woest, zo men wil. In sommige dorpen is men wel wat grof in de mond. Zo herinner ik me een voorval in een slagerswinkel, nog ver voor het nieuwe normaal van de anderhalve meter, dat een nogal zwaarlijvige vrouw vlak voor een pas ingekomen Randstedeling stond en op zijn tenen trapte. Hetgeen hem een beschaafd ‘au’ ontlokte. Waarop zij verstoord omkeek en zei; ‘O, stao’k op je poten?’

Het heeft wel wat, dat poten. Zoals de Dokwerker, die heeft ook poten! Het is onverzettelijkheid. Het is ergens in gaan staan. In de rotzooi van de wereld. Maar ook in de krioelende mierenhoop van je gedachten en muizenissen. Daar overeind in blijven. Je niet van je stuk laten brengen.
Ergens middenin staan en ergens voor staan.   

De Geest zweeft niet en is niet hoog geestelijk. De Geest is van ervaring van alledag. Daalt af tot in het stof. Wordt aarde en lichaam.
De Geest staat met beide benen op de grond, wat zeg ik, met beide poten in de stront.
Dat is nodig ook, want het dagelijks leven bestaat daaruit.

Leeg en woest
De Geest komt in het lege en woeste van mijn brein en herschept.  Maar dit, wat van binnen gebeurt, vertaalt zich ogenblikkelijk naar buiten. We zien het in heel veel levenswijzen. 

Zo dirigeert Plato ons van de grot van de verlichting naar de markt. En is het goed boeddhistisch om te zeggen: Na het feest (van de meditatie) volgt de afwas. Jezus kwam van de verheerlijking op de berg rechtstreeks in het dal van een wanhopige vader met zijn zieke zoon. Theresa van Avila ziet God in de keuken ronddolen ‘tussen de potten en de pannen’.

Ik moet ook denken aan het gedicht Narrenwijsheid van J.C. van Schagen. Hij ziet het goddelijke in de regen, die  het onaanzienlijke en smerige niet overslaat, immers ‘…in de vuile gootjes van de binnenstad regent de regen…’

Leeg en woest: chaos, vuile gootjes, stront.

In mijn jeugd stond ik als boerenzoon vaak letterlijk in de stront, daar was niets mis mee. Maar later overdrachtelijk, in mijn pastorale werk, dat was andere koek. Als mensen stervende waren in hun eigen vuil op de IC, of bij die man die me ’s nachts wel eens stomdronken opbelde…  En misschien nog het meest als mensen elkaar kapotmaakten in een verzuurde relatie. Wat mensen elkaar soms aandoen, hun kinderen soms aandoen – dat is leeg en woest, stront.

Het doet me ook denken aan de tweets die Rob Jetten blijkbaar te verduren krijgt: Kankerhomo, achterlijke flikker, vieze pisnicht… In wat voor wereld leven we?
Dat is wat ik in een boekje ooit noemde: de stront van de dag.

En wat doet de Geest daar dan? In de stront?
Onvermoeibaar schept en herschept de Geest.
Maakt stront tot mest en mest tot plant en plant tot bloem…

Over Wim Jansen
Wim Jansen (1950) is theoloog, schrijver en dichter, aan christendom en religie voorbij – en uitgekomen bij de mystiek van de Liefde. Hij is emeritus predikant van Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg en was ook lange tijd werkzaam in het onderwijs, m.n. aan de Hogeschool Zeeland.

(Visited 510 times, 1 visits today)
Sluiten