Geschreven door 12:08 Opinie • 9 Reacties

Hemelen

Wie gelooft er nog in de hemel? Nou, dat zijn er meer dan je zou denken. Grappig om te zien dat de meeste ‘moderne’ gelovigen er niet meer in geloven terwijl velen die met het geloof hebben afgerekend de hemel – bij wijze van hiernamaals – nog wel overeind houden. Intussen is de hemel nog steeds een levend beeld in ons spraakgebruik. Maar wat bedoelen we ermee? Wat zeggen we bijvoorbeeld als we zeggen dat iemand is gaan hemelen? En wat moeten we in hemelsnaam nog met een feest als Hemelvaart?

Door: Wim Jansen

Hemelvaart als bewustwording
Om met die laatste vraag te beginnen: we moeten niets. Het is prima om het bij dauwtrappen te laten. Zelfs mijn reformatorische vriend ging vroeger op Hemelvaartsdag onbekommerd mee naar de Efteling. Als christelijke feestdag is het gekke Henkie. Een extra vrije dag op een prettige tijd in het jaar, gunstig om een weekend aan vast te plakken, that’s it.
Maar zo’n dag is in het verleden natuurlijk niet voor niets aan de menselijke psyche ontsproten. Misschien kunnen we er toch een inspirerende verdieping in ontdekken?  

Zelf vier ik op christelijke feesten niet wat ooit in een verleden zou hebben plaatsgevonden maar wat er nu in mijn geest geschiedt. Het gaat niet om heilsfeiten van toen en daar, maar om de psychische werkelijkheid hier en nu. Het vieren is een feestelijke bewustwording van wat al is.
Met andere woorden: de christelijke feesten nodigen uit tot verinnerlijking en hebben ook alleen zo betekenis. Wat Hemelvaart betreft: het gaat dus om de hemel in mij.    

Wolk
Wie hemel zegt ziet wolken voor zich. Evenals de hemel lijkt mij ook de wolk een – wat Jung zou noemen – archetype. Een oerbeeld in de menselijke ziel. Wolken prikkelen de verbeelding. En wat verbeelden zij?
Om te beginnen creativiteit en spel. Het is een aanrader om met je (klein)kind naar de wolken te kijken en er van alles in te zien, zoals Martinus Nijhoff: ‘En ik riep: Scandinavië, en: eenden. / Daar gaat een dame, schapen met een herder…’

Ook de bijbelschrijvers spelen ermee. Verbeelden de  wolken als verhulling van God. De lichtglans – de Sjechina – van God waarmee hij voor zijn volk uit door de woestijn trekt is in een wolk gehuld. De wolk biedt bescherming tegen een teveel aan schittering. Tegelijk toont een wolk ook juist het licht. Vestigt de aandacht op haar schoonheid. Het licht wordt zichtbaar in, achter, rondom de wolk.

In het bekende Hemelvaartverhaal (Handelingen 1) wordt Jezus ‘opgenomen in een wolk’. Dat verwijst natuurlijk naar dat woestijnverhaal, maar ik zie er ook graag een meer universeel beeld in. Namelijk vrijheid, soepelheid en ruimte. Het niet meer gebonden zijn aan de beperkingen van dit aardse leven, beperkingen zoals tijd. Het ‘uit de tijd zijn’ – een uitdrukking die in veel streken van het land staat voor dood zijn, maar in het verlengde daarvan dus ook: in de eeuwigheid zijn.
Jezus is gaan hemelen, dat wil zeggen: hij is niet meer op die ene plaats van zijn fysieke bestaan, maar overal en altijd. Drijvend op de wind, de adem, de spirit, God.      

Een troostrijk beeld: de wolk drijvend op de wind.
Een eeuwig zwerven, zoals in het gedicht Ziekentroost van J.C. van Schagen:

Als ik nu doodga
zal de grote wind mij nemen
en ik zal zijn in zijn eeuwig zwerven
ik zal zijn in de drift der wolken…   

Universeel
Zo vertolkt Van Schagen zijn ‘hemelvaart’ en maakt het universeel. Dat wil ik graag uitbreiden.
De Amerikaanse zen-boeddhiste Joan Halifax schreef een boek over stervensbegeleiding: De laatste woorden van liefde. Daarin vertelt ze ook over de dood van haar vader.

‘Na zijn dood zat ik naast zijn lichaam en vroeg ik me af waar zijn zogenaamde ‘zelf’ was gebleven. Is een deel van hem vastgelegd en altijd blijvend? Maar toen zag ik duidelijk dat mijn vaders’ zelf niet aan een plaats gebonden is. (…) Hij is nu overal. In wezen was hij altijd al overal, alleen nam ik hem op één plek waar en niet als universele aanwezigheid. Tot hij stierf.’ (einde citaat)

Het ‘zelf’ van onze doden is overal en altijd. Onder ons. In ons. En als wij zijn gaan hemelen zullen wij ook overal en altijd zijn. We zullen zijn in het ‘eeuwig zwerven’ van de ‘grote wind’: de liefde.
Dit Hemelvaartverhaal van zen-boeddhiste Joan Halifax geeft duidelijk aan dat wij ook nu al universeel aanwezig kunnen zijn. Dat we nu al ongebonden, als wolken, kunnen leven.
In dat verband ga ik nogmaals te rade bij een zen-boeddhist, namelijk Nico Tenko Roshi in zijn essay De dood heeft geen titel. Hij vertelt waarom een Japanse zen-monnik ook wel Unsui wordt genoemd:

‘Het betekent ‘wolk en water’, een poëtische uitdrukking, die de intentie van een vrij en onthecht leven verwoordt. Te kunnen zijn als wolken en water, vrij om de vormen aan te nemen waarom de situatie vraagt. Er zijn schapenwolken, sluierwolken, stapelwolken en donderwolken. Er zijn breed stromende rivieren, spiegelgladde meren, wilde zeeën, kabbelende beekjes en bruisende golven. Niet vastzitten aan één gedaante, maar soepel kunnen veranderen naar de omstandigheden.’ (einde citaat)

Mooi om aan te denken tijdens het dauwtrappen:
Wij hemelen reeds op aarde!

Wim Jansen is theoloog, dichter en schrijver. Eind mei 2019 verscheen zijn nieuwe boek O hemel, zei de krokodil – 52 dierenverhalen voor jong en oud om zoiets als God ter sprake te brengen. Voor meer informatie: www.wimjansen.nu.

(Visited 979 times, 1 visits today)
Sluiten