De mens is naar Gods beeld geschapen. Dit Bijbelse scheppingsverhaal heeft uiteindelijk geleid tot de huidige, ‘revolutionaire’ mensenrechten. Stevo Akkerman maakt dit duidelijk in zijn interview met de Israëlische religiewetenschapper Tomer Persico (Trouw, 18 april).
Door: Wim Davidse | foto: Pixabay
Door mijn gereformeerde opvoeding raakte ik al in mijn jonge jaren bekend met dit Bijbelse thema. We zijn geschapen naar Gods beeld, het bleef voor mij altijd een leerstelling die me toen niet aansprak. Net zoiets als ‘1600 Slag bij Nieuwpoort’. Ok, het zal wel, maar het doet me niets. Daarom vond ik het zo boeiend dat in dit interview duidelijk wordt hoe dit geschapen zijn naar Gods beeld, via Paulus en Luther, evolueerde naar het beeld van de huidige individuele, autonome mens.
Naar een extreem individualisme
De apostel Paulus maakte geen onderscheid tussen mensen. Joden, Grieken, vrijen, slaven, mannen en vrouwen, zijn bij hem gelijk in Christus. Wat voor hem telde was de vrijwillige en individuele overgave aan Christus. De reformator Maarten Luther bracht deze individualisering nog een stap verder, vooral door het persoonlijk geweten centraal te stellen. We hebben volgens hem ‘de hele kerk niet nodig voor onze connectie met God. We hebben de paus niet nodig, de bisschoppen niet, we kunnen de Bijbel zelf lezen’.
Door de nadruk op het eigen geweten, de eigen kern, worden volgens Tomer Persico vanaf de zeventiende, achttiende eeuw alle lagen van de traditie afgepeld. Er is iets onaantastbaars, iets heiligs in elk persoon, en dat zou zich volgens hem niet hebben ontwikkeld zonder de notie van het geschapen zijn naar Gods beeld. De huidige mensenrechten hebben volgens Persico dan ook religieuze wortels.
Deze ontwikkeling heeft ook de afwijzing van God zelf tot gevolg gehad. Als voorwaarde om volledig vrij te zijn, aldus Persico. Dan blijft over het autonome individu. Er is nu sprake van een extreem individualisme. Hij zegt erbij dat de mensen een verhaal nodig hebben waar ze deel van zijn, een collectieve identiteit die vertelt waar ze vandaan komen en waar ze naar toe gaan. En dan wordt dit interview heel actueel: veel mensen vinden zo’n verhaal bij populistische leiders, bij identitaire bewegingen en in een fundamentalistische religie.
Duizeling van de vrijheid
Voor mij heeft de filosoof Kierkegaard deze situatie van het autonome individu erg verhelderd met zijn visie op het begrip angst. Hij heeft het dan over bestaansangst en dat noemt hij dan ‘de duizeling van de vrijheid’. Het aparte ‘ik’ ziet zichzelf in een grote ruimte, het duizelt hem, dat geeft behoefte aan houvast, aan zekerheden. Begrijpelijk dat mensen dat dan vinden in het gevoel deel uit te maken van een groot land, of van een land waar je trots op kunt zijn. Maar dan ontstaat tegelijk onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’. Mensen hebben dan geen gelijke rechten. Dat zien we nu heel scherp bij Israëliërs die Palestijnen hun landrechten ontzeggen en hun bestaansgronden inpikken.
Een stille ruimte in ons
Mystici hebben mij duidelijk gemaakt dat het besef een apart ‘ik’ te zijn een misverstand is. Er is meer in ons. Onder die ik-patronen zit ons diepste wezen, we hebben een dragende grond, noem het een goddelijke natuur. De Benedictijner monnik en zenmeester Willigis Jäger zei in dit verband ‘elke golf is de zee’. We zijn geen apart golfjes maar in wezen de zee die zich in die golven manifesteert. Albert Schweitzer zei het ook heel mooi: ‘ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil’. We zijn allemaal uitingen van het ene leven, inclusief dieren en planten.
We zijn inderdaad naar Gods beeld geschapen. Dat is nu voor mij geen theorie meer. Wanneer ik tijdens mijn dagelijkse praktijk van stilte even helemaal in het nu ben voel ik me wel eens opgenomen in een grote, dragende ruimte. Alsof het goddelijke dan even oplicht. Die stille ruimte is in ieder van ons. Zo zijn we in wezen al met elkaar verbonden. Het heilige en het onaantastbare kenmerkt het wezen van de mens.
Over de auteur
Wim Davidse was werkzaam als projectleider/onderzoeker bij een economisch instituut en is auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici.






