Kritische vragen bij een goddelijk Nieuwjaar

Op mijn column Een goddelijk Nieuwjaar gewenst heb ik veel instemmende en zelfs hartverwarmende reacties gekregen, zowel rechtstreeks onder de column als via Facebook als persoonlijk. Het is altijd fijn om herkenning en waardering te ervaren, hoewel het natuurlijk tegelijk een valkuil is. Daarom ben ik ook blij met een paar kritische opmerkingen – waarop ik in deze column graag wil reageren.

Door: Wim Jansen

Generaties
De kritiek en de vragen betreffen vooral onderstaande alinea aan het begin van mijn betoog. Daarin signaleer ik het ontbreken van het besef van het heilige in alle generaties:

Hele generaties groeien op zonder beleving van het heilige. Zonder besef van een bron, een inspirerende bezieling. Het betreft zowel generatiegenoten als de generaties van onze kinderen en kleinkinderen. Zij zijn zeker geen uitgesproken atheïsten, zelfs geen bewuste agnosten, het is eenvoudig geen item voor hen. Zij kunnen zich niet (meer) in een religie voegen maar kennen nog wel religieuze en mystieke gevoelens. Echter veelal zonder die te verdiepen, zonder ze vruchtbaar te kunnen maken en als een reëel vermogen aan te wenden in hun dagelijks leven.

Wie dit snel en niet helemaal zorgvuldig leest zou kunnen denken dat ik hier een kritische uitspraak over mijn kinderen/kleinkinderen lanceer. Dat zou ik natuurlijk nooit in een column doen! Ik heb het dan ook niet over hen, maar over hun generaties. Ik heb het juist niet over hen want – dat wil ik even gezegd hebben – zij vormen veeleer de uitzondering. Hoewel ze dat anders invullen dan ik het zelf doe zijn zij zich zeker wel bewust van het heilige.

En als het over generaties gaat: de geestelijke armoede van mijn eigen lichting babyboomers acht ik over het algemeen schrijnender dan die van ons nageslacht. Zij zijn het namelijk geweest die met het badwater een kind hebben weggegooid en die – onder het mom van verlichting – onze cultuur van vele schatten hebben beroofd.   

Cultuur
Je zou in mijn column ook een heimwee naar vroeger kunnen lezen, zoals sommigen deden. Dat is niet de bedoeling. Niet voor niets citeer ik cultuurfilosoof Johan Huizinga die onze cultuur al in de jaren twintig/dertig van de vorige eeuw diagnosticeerde als een ‘bezeten wereld’. Mijn kritische aanvangsalinea richt zich in principe tegen de Westerse cultuur in zijn algemeenheid. Die heeft het, in haar materialisme en exploitatiedrang, van meet af aan in zich om te ontaarden in een zielloos Platland.

Het medicijn dat Huizinga voorschrijft luidt dan ook het in mijn column geciteerde: Een cultuur zal metafysisch zijn of zij zal niet zijn.      

Nu is ‘metafysisch’ een begrip dat ik zelf in deze tijd, vanwege de mogelijke filosofische misverstanden, niet meer zou gebruiken. Liever sluit ik dan aan bij de hedendaagse filosoof Ad Verbrugge, die in zijn boek Tijd van onbehagen betoogt dat ‘de ervaring van heiligheid wezenlijk is voor de samenhang van een gemeenschap en dat vooral in de hedendaagse verlichting deze ervaring ontbreekt’

Waarom zou dat zo zijn? Omdat ervaring van heiligheid een mens uit zichzelf trekt, hem bezielt vanuit een hoger verband en het beste uit hem omhoog haalt.

Het ontbreken daarvan, in het gebrek aan respect voor de heiligheid van het leven, bewijst zich concreet in de huidige klimaatellende en stikstofcrisis. Dat wordt bevestigd door schrijver en voormalig milieuactivist Paul Kingsnorth. Zijn diagnose van onze cultuur is een ecologische onderstreping van die van Huizinga en Verbrugge: ‘Deze cultuur is de eerste waarvan je kunt zeggen dat niets haar meer heilig is.’

Als ik ons dus ‘God’ toewens is dat niet uit een misplaatste nostalgie naar vroeger maar in het besef dat het onze cultuur structureel ontbreekt aan de nodige eerbied voor het leven.  

Kerk en religie geen garantie
Zo koester ik ook geen nostalgie naar het geloof van vroeger. Ik beoog zeker niet zoiets als  restauratiegeloof. Door Antoine Bodar en Pascal te citeren en als voorbeeld te stellen werd de indruk gewekt dat ik mijn heil verwacht van terugkeer naar orthodoxe kerkelijkheid of überhaupt religie. Er meldde zich een lezer die dat zo had opgevat.

Ook dat was zeker niet mijn bedoeling. Zoals die lezer terecht opmerkte: Vroeger zaten de kerken vol met mensen die evenmin besef van het heilige hadden. En ooit eerder hoorde ik van iemand anders: De overtuigde nazi’s waren allemaal gedoopt!

Kerkelijkheid, orthodoxie en religie in het algemeen zijn geen garantie voor besef van het heilige.

Iemand ‘God’ toewensen is dan ook bepaald niet hetzelfde als iemand een religie toewensen. In sommige gevallen is het zelfs een tegenstelling. Het zijn juist de orthodox religieuze luitjes in de VS, namelijk de fundamentalistische evangelicals, die Trumps onverantwoordelijke cowboygedrag toejuichen. En de verschrikkelijke haatretoriek in Iran komt eveneens voort uit orthodoxe religie.

Met het toewensen van een goddelijk Nieuwjaar bedoel ik niet de God van de religies, maar GOD ondanks religie en kerk.

Wim Jansen is theoloog, dichter en schrijver. Eind mei verscheen zijn nieuwe boek O hemel, zei de krokodil – 52 dierenverhalen voor jong en oud om zoiets als God ter sprake te brengen. Voor meer informatie: www.wimjansen.nu.

4 Reacties

  1. Omdat ik denk dat een ervaring van heiligheid een mens uit zichzelf trekt, hem bezielt vanuit een hoger verband en het beste uit hem omhoog haalt.

    ik denk
    Omdat ik denk en dus ben

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *