De Ene Werkelijkheid van Willigis Jäger

Als een profeet iemand is die je wakker schudt, die je de ogen opent waardoor je daarna anders naar de wereld kijkt, dan is Willigis Jäger voor mij een profeet.
Misschien vindt u dit een te magere omschrijving van een profeet omdat er toch ook actie bij hoort. De wereld moet verbeterd, het onrecht bestreden, recht wil gedaan worden. Zoals Jezus de voorhof van de tempel schoonveegt – dát is tenminste de daad bij het woord voegen.

Door: Mirjam Wolthuis

Toch begint een verandering van levenshouding vaak bij woorden die een nieuw perspectief bieden, en later wellicht tot nieuwe actie kunnen leiden. Want als je de schoonmaak van de tempel overdrachtelijk leest, als de tempel geen gebouw is maar voor de ziel van de mens staat, is de tekst naar mijn idee net zo opruiend. Ook de toegang tot de ziel kan immers geblokkeerd worden. Het wezen van religie kan uit het zicht raken, niet zozeer omdat er iets fout gedaan wordt, maar simpelweg omdat de tijden veranderen en de ervaring om nieuwe uitdrukkingsvormen vraagt.

Zo verging het mij althans toen ik jaren geleden kennis maakte met Willigis Jäger. Van een van u hier kreeg ik zijn boek Elke golf is de zee, met de ondertitel ‘over mystieke spiritualiteit’. Ik worstelde toen met godsbeeld en geloofstaal. Ik zocht mijn positie tussen teveel robuuste zekerheid aan de ene kant (doe recht, help de armen, ja natuurlijk – maar dat is ethiek! politiek! Is daarmee dan alles gezegd?) en teveel inkeer en mysterie aan de andere kant. Niet dat het een ooit zonder het ander zou kunnen, maar hoe balans te vinden? Willigis Jäger kwam te hulp. Hij verruimde mijn denkkaders, en het werkte voor mij als een nieuwe bril. Ik zag opeens meer. Ook al zijn het eerder geziene inzichten, al veel eerder beleefde ervaringen, van de dominicaan Eckhart en zovele anderen. Maar kennelijk sprak Jäger voor mij een taal die binnenkwam.

Om te beginnen schaft Jäger het woordje God af. Nee, dat zeg ik fout. Hij schaft het niet af, maar wil het van zijn oude betekenissen ontdoen. Hij stelt dat door de klassieke kerk en theologie God ten onrechte buiten de wereld geplaatst is. Natuurlijk zijn het maar beelden maar voor velen blijken die bovennatuurlijke, persoonachtige aanspreekvormen voor God niet meer te werken. Die ver wegge, hoge God blijkt een obstakel te zijn geworden voor religieus zoekenden. En dat terwijl er bij zoveel mensen binnen en buiten de kerken zoveel onvervuld zoeken leeft. Dus pakt Jäger een bezem en veegt de voorhof schoon. De oude, duale beelden moeten weg. Ze zijn gestold en lijken naar een andere werkelijkheid te verwijzen. Maar die is er niet, zegt Jäger. Er is geen andere werkelijkheid dan deze ene waarin wij leven. Die ene of eerste werkelijkheid dat is God. In dit alles wat er is, wie en hoe wij zijn, daarin en daardoor is God te vinden.

Omdat hij zegt dat God ervaren en niet vereerd wil worden, brengt hij ook ergens een van zijn eigen ervaringen in. Toen Jäger als student aan het voetballen was gebeurde het dat hij zichzelf als het ware kwijtraakte. Hij ervaarde dat iets in hem, groter dan hij zelf, aan hemzelf voorbij, waarin hij opging, aan het licht kwam. HET rende, HET scoorde, HET juichte. Zijn eigen persoontje deed er even niet zoveel meer toe. Hij werd deel van een grotere beweging. Van HET. Geen jij hier en God daar, maar eerder een eenheid, een verwevenheid. Omdat de golf en de zee niet zonder elkaar kunnen bestaan.

God als Eerste of Ene Werkelijkheid. Ik vind het een foei-lelijk woordenpaar, bepaald niet uitnodigend voor gebed of muziek. En toch, het geeft me nieuwe ruimte. Die aanduiding zet me met mijn voeten op de aarde. Hier is het, hier alleen is te vinden wat je zoekt. Kijk goed. Zet je brillen af. Wees aanwezig in volle gewaarwording, in maximale presentie. Voor deze ene werkelijkheid waarin wij leven, de enige die er is, daarvoor zouden onze ogen ontvankelijk gemaakt moeten worden. Zonder afleiding, zonder mooie verpakkingen.

Toch hebben we woorden nodig om te spreken met elkaar, en dat wonderlijke leven met elkaar te vieren op zondag. Daar doet Jäger niets aan af, als we maar beseffen dat het leven-zelf de kern is waar alle religies mensen toe willen inspireren. Opdat we dat leven zonder sluiers van taal en beeld in al zijn grootsheid kunnen ervaren. Want God wil niet geloofd worden, zo hoorden we net al, maar ervaren, herkend. Als ik dat invul als het leven of als de goddelijke, eeuwige kern in alles wat bestaat, dan zit ik al weer in te vullen. Dat is beschrijving, terwijl Jäger beleving wil bevorderen. Ga er maar aan staan. Of eigenlijk, ga er maar bij zitten. Want het zitten in stilte, de woordloze contemplatie, het bewuste ademen vormen wezenlijke handreikingen om ruimte te maken in jezelf voor de ene werkelijkheid.

Als u nu had gedacht dat deze profeet de christelijke traditie achter zich heeft gelaten sinds hij de Ene Werkelijkheid omarmde, zit u er naast. “Ik leef in mijn christelijke religie en wil daarin ook sterven. Ik houd van haar rituelen en haar wereld van beelden, maar ik weet ook dat het slechts uitdrukkingsvormen van een dieper liggende werkelijkheid zijn.” (Bron 12) ‘Religies zijn de glas-inlood-ramen waar het Licht door valt in talloze kleuren.’ Religies zijn de voertuigen om dat Licht te leren zien in alles en overal. Dus de Dominicus en al die andere kerken, synagoges, tempels kunnen gerust blijven bestaan, als ze/we maar duidelijk hebben dat dit samen zijn niet meer en niet minder is dan een poging om ons naar die ervaring van de oergrond van ons bestaan te begeleiden. Als we maar niet vast gaan zitten in de taal en beelden die ze gevonden hebben, als we maar steeds weer de stilte zoeken die alle vormen relativeert en verbindt. De verhalen blijven, de rituelen, de liederen, over liefde, vertrouwen en gerechtigheid. Ze getuigen van de verwevenheid van mensen en God door alle tijden heen.

Dus ik laat die woorden als de Eerste Werkelijkheid ook weer los, voordat ze kunnen stollen tot nieuwe dogma’s. Wat blijft is een nieuwe aandacht en openheid voor de oergrond van ons bestaan, die in onszelf en alles wat er alledag is, geopenbaard kan worden. Wat ook blijft is een hernieuwd besef van verantwoordelijkheid voor elkaar en deze wereld. Want die eenheidservaring waar Jäger en andere mystici op verschillende manieren over schrijven voedt de verbondenheid. Allemaal golven, samen de zee.

Het wonderlijke is dat ik na al dit geworstel door de loop der jaren nu in een klooster werk en daar nog veel meer oude taal en beelden voorbij zie komen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik geloof dat Willigis Jäger me indirect heeft geholpen er doorheen te kijken. Het licht te zien in plaats van het gebrandschilderde raam alleen. Het is nog steeds mijn taal niet, maar ik blijf er niet in steken, ik kan de ervaring die daarin uitgedrukt wordt beter verstaan. Zo gebeurde het dat ik in een verder verlaten grote ruimte met hoge ramen zit. De gezamenlijke koffie is voorbij. Ook blijven zitten is, naast me, de kapelzuster. We kijken wat naar het groene gras en de blauwe lucht. De altijd druk bezigzijnde kapelzuster verzucht dat ze zich te vaak verliest in al dat geredder met bloemen, kleden, liturgieboekjes, hoe het moet en hoort. ‘Hier gaat het toch eigenlijk om he. Dit stille zijn. Deze onzegbare ruimte ….’ En ik, ik hoef niets te zeggen als die eerste werkelijkheid zomaar present blijkt … Natuurlijk moet er dan ook weer opgestaan en verder geredderd worden. Daar. Net als hier. Om de wereld, om anderen, om het leven. Dat is de werkelijkheid. De ene. De eerste. Die ik onvermijdelijk ook wel God zal blijven noemen.

Mirjam Wolthuis is coördinator religieus leven bij Klooster Alverna. Bovenstaande tekst werd eerder geplaatst op de website van de Dominicusgemeente in Amsterdam.

Gelezen: Matteus 21;10-14 en fragmenten uit werk van Willigis Jäger:
We hebben op de eerste plaats ervaring nodig, en pas in tweede instantie teksten, tempels en kerken. God wordt niet op deze of gene berg aanbeden, zegt Jezus, maar in de geest en in de waarheid. God wil herkend worden, niet vereerd. (Eeuwigheid in het nu 25/2) Het gaat maar om één ding: mens zijn – de mens zijn, die ik ben. De Eerste Werkelijkheid die we ‘God’ noemen, maar waarvoor dit woord te kort schiet, heeft enkel het streven zich in ons menszijn te manifesteren. Alleen in ons menszijn treden we met haar in contact. In gras manifesteert ze zich als gras, in een boom als boom. Maar in ons manifesteert ze zich als mens. We hoeven niet heilig te worden of iets anders bijzonders te zijn – we hoeven slechts mens te zijn en alle vermogens te ontwikkelen die we al in aanleg bezitten. (Eeuwigheid in het nu 24/3) De structuurwet van het universum heet liefde. Maar het is geen liefde als gebod, maar liefde die voortkomt uit de eenheidservaring. Alleen deze liefde zal de mensen redden. Het mystieke bewustzijn verwijst naar eenheid. Wie ervaart dat hij één is met de anderen, gaat zich op nieuwe wijze gedragen. (Eeuwigheid in het nu 7/5) Nooit had de mens zoveel mogelijkheden om aan het leven voorbij te gaan als tegenwoordig. Het is moeilijk geworden zichzelf te leren kennen, hoewel iedereen zijn diepste wezen, haar goddelijke dimensie in zich draagt en alleen maar stil hoeft te staan om onder de eigen voetzolen te kijken. (Eeuwigheid in het nu 20/12)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *